O.-L.-Vrouw Bijstand

Vorige zaterdag 30 maart 2019… een mooie lenteochtend… ideaal weertje om naar de Aalsterse markt te trekken, in de tuin te klussen, na die lange donkere wintertijd zijn hartje op te halen. Ware het niet dat humanioraleerlingen vorige maandag misschien wel examens af te leggen hadden... 30 maart 2019… voor de familie D’Haese en het lerarenkorps van het Sint-Vincentiusinstituut te Gijzegem echter een donkere, droevige ochtend omdat ze afscheid moesten nemen van hun moeder en dochter, zus en tante, een gepassioneerde leerkacht wiskunde in de figuur van Ann D’Haese uit de Hakelenberg nr. 7. Ann overleed immers op de derde dag van de lente, zaterdag 23 maart, aan de gevolgen van de vreselijke ziekte waarmee ze sinds 2015 volop te kampen had. Toen we op 11 augustus vorig jaar in onze eigenste kerk biddend afscheid namen van haar moeder Irène De Meerleer kan het niet anders of deze vrouw moet vanuit haar rolstoel hebben gedacht aan de eindigheid van haar eigen menselijke bestaan. Ann, moeder van een zoon Robin en dochter Daisy, verloor tien jaar terug ook haar echtgenoot Donald met wie ze onder andere naar de Spaanse les trok. Was Ann een gedreven wiskundelerares in het eerste en het vierde jaar secundair, ze kroop dus ook zelf achter de schoolbanken om de Spaanse taal onder de knie te krijgen. Ze was immers verzot op Spanje en bijgevolg beluisterden we bij de aanvang van de uitvaartliturgie niet toevallig - na een afscheidswoord van haar vriendin Jozefina - het lied ‘El coraje de vevir’ wat in vertaling zoveel als ‘de moed om te leven’ betekent. En moed om te leven had deze vrouw en weduwe, jongste dochter van Urbain en Irène zaliger gedachtenis wel. Een moed die ook werd gevoed door de vriendschap van haar collega’s leerkrachten en leerlingen Spaanse les die haar in haar hart bewaarden ook wanneer deze vrouw niet meer zo vaak of zelfs helemaal niet meer binnen de muren van het schoolgebouw of de leraarskamer was te zien. In haar afscheidsbrief voorgelezen door Maxine - ooit de onthaalmoeder van haar kinderen - noemde Ann zich gezegend met haar warme familie en omschreef ze ook hoe het haar telkens weer bemoedigde om door haar collega’s te worden opgezocht en via hen op de hoogte te blijven van wat er in de school te Gijzegem gebeurde en leefde. Lange tijd bleef deze gedreven lerares - die graag zag dat elke leerling slaagde - dromen van een terugkeer naar het klaslokaal, maar dat mocht blijkbaar niet zijn. Na vier en een half jaar strijd moest Ann het hoofd buigen en ging ze in alle stilte in haar vertrouwde woning uit dit leven heen in de ochtend van zaterdag 23 maart. We bieden haar kinderen, haar zussen Carine en Hilde en zeker ook haar vader Urbain, samen met de schoonbroers en schoonzus, haar neefjes en nichtjes, haar collega’s en vriendinnen van de school en de Spaanse les alvast ons diep medeleven aan bij het verdriet en de onmacht die hun hart bewonen. We hopen ten stelligste dat onze verbondenheid in gebed en paasgeloof een draagvlak mogen vormen voor hun rouw en verdriet. Moge Ann - op Kerstavond 1964 geboren - voor wie het reeds op jonge leeftijd Goede Vrijdag werd, binnengetreden in de stilte van de dood, nu delen in de verrijzeniskracht van de Heer. Laten we voor haar bidden op weg naar Jezus’ Paasfeest.

 

Intens verdriet bij haar kinderen en kleinkinderen toen we op de vooravond van haar uitvaart op vrijdag 15 maart in het rouwcentrum rondom de afgestorven Julienne Van de Velde stonden verzameld voor een laatste groet en gebed. Deze vrouw kwam ter wereld in de Doolhofstraat als dochter van Jozef en Maria Trogh die er café ‘Bij Petjen Witten’ uitbaatten en dit op het hoogtepunt van de zomer, 7 augustus anno 1933. Julienne trad in het huwelijk met Pierre Van Eeckhaut en wijdde zich aan de opvoeding van haar zoon Jean-Pierre en dochter Marinelli. Toch ging ze ook buitenshuis werken, namelijk bij de poetsdienst van het voormalige Sint-Elisabethziekenhuis van onze Ajuinenstad. Naar het getuigenis van haar kinderen was Julienne een beresterke vrouw die niet enkel graag kookte en soep klaar maakte maar ook goed met naald en breinaald overweg kon. In de herinneringen van haar kleinkinderen kwamen vooral de vakantiedagen aan zee met petjen en metjen naar boven. Toen op 4 juni 2010 haar wederhelft overleed, ging de dood van haar man met veel levensernergie in het hart van Julienne aan de haal. Haar interessewereld leek plots erg eng geworden en er was nog weinig dat haar kon boeien of in vervoering brengen. Tenzij het bezoek van haar kinderen, de kleinkinderen en ondertussen ook al de achterkleinkinderen, de jongste takjes aan de familieboom. We wensen Jean-Pierre en Marinelli - die wanneer ze iets later dan voorzien bij hun moeder langs gingen wel eens een geïnteresserd telefoontje van Julienne konden ontvangen - dan ook heel veel troost en onderlinge verbondenheid toe bij het heengaan van hun moeder op relatief vrij korte tijd. Had Julienne in het woon- en zorgcentrum waar ze sinds 2016 verbleef niet altijd nood aan contact met medebewoners, dan hopen en bidden we van harte dat ze in de verrijzenisvreugde van Gods Zoon ook haar dierbare man Pierre zaliger gedachtenis en overleden verwanten en geliefden mag ontmoeten. Moge de vrouw die op ‘Internationale Vrouwendag’ - 8 maart - overleed nu voor alle komende tijden geborgen moge zijn in Gods vaderlijke vrede. Na de uitvaartliturgie, vorige vrijdag in onze kerk van Mijlbeek, werd het lichaam van Julienne in onze stad gecremeerd en werden haar stoffelijke resten in de loop van de namiddag bijgezet in het columbarium op onze begraafplaats aan de Leo De Béthunelaan. We leven met met de rouwende nabestaanden van deze vrouw die niet enkel een rozenkrans in haar opgebaarde handen had, maar ook een rozenkrans aan blijde en glorierijke geheimen in het hart van haar kinderen en kleinkinderen achterlaat.

 

‘Een carnavalist tot in de kist’ ging daags voor Valentijn uit deze wereld heen, als we de woorden van zijn dochter Linda en jonsgte zoon Paul in de mond mogen nemen, ook al was Wilfried De Bock helemaal geen Oilsjteneer maar werd hij in Temse geboren. ‘Opa Bock’ – zoals de kleinkinderen hem dierven noemen – kwam inderdaad aan de Scheldeboorden ter wereld en dat in de herfst van het oorlogsjaar 1941, zes oktober om precies te zijn. Op de beroemd Boelwerf waar hij als electricien werkzaam was, leerde hij zijn latere echtgenote Fredoline Cami kennen en zo kwam hij uiteindelijk in onze carnavalsstad terecht. Fredoline werd amper 49 en toen zij in 1993 overleed, liet ze drie jongvolwassen kinderen na: Linda, Dirk en Paul. Wilfried was de jongste in het gezin dat maar liefst zeven kinderen telde en blijkbaar mocht hij als Benjamin ook iets meer dan de andere. Hij was optimistisch ingesteld en voor wie op een familiefeestje in zijn buurt zat, was het steevast lachen geblazen. Wilfried verkleedde zich graag en trok graag op zijn eentje naar het centrum van onze stad tijdens de hoogdagen van ‘vasteloaved’. Maar deze grapjas hield ook als geen ander van muziek en verzamelde naast strips en champagnecapsules ook graag foto’s en geboortekaartjes of huwelijksaankondigingen van de familie. De uiterst lenige Wilfried die graag turnde maar onder druk van zijn ouders dan toch voetbalde als back, werd enkele jaren terug de gevangene van zijn eigen lichaam toen zijn gezondheid hem danig in de steek liet. Zo kwam Wilfried een tweetal jaren terug in het woon- en zorgcentrum ‘Ten rozen’ terecht waar hij al snel geliefd was door het personeel en de medebewoners. Tot de man die alles samen uiteindelijk maar liefst tien jaar ziek zou zijn, zijn levensreis beëindigde in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis, tegenover het huis aan de Moorselbaan nr. 201 waar hij nota bene jaren had gewoond. Moge deze zonneklopper nu voor alle komende tijden delen in de zon van Gods gerechtigheid en God zelf nu van aangezicht tot aangezicht zien. Laat dat ook voor zijn kinderen, schoonkinderen Marc, Isabelle en Sofie, en zijn kleinkinderen Thomas, Sander, Wouter, Hanne, Stijn, Ebo, Daan en Kaat een stevige steun en welgekomen troost zijn in deze eerste dagen zonder hun vader en opa. Onder een aangename lentezon legden we vorige zaterdag kort na de middag Wilfried te rusten op de centrale begraafplaats van onze stad, daags voor dat het stadsbestuur en het feestcomité op de zondag voor carnaval de carnavalisten gedenkt.  Moge Wilfried nu voor alle komende tijden delen in de vreugde van de uit de dood opgestane Heer. 

 

Werd deze 27ste februaridag niet de derde dag op rij waarop een warmterecord sneuvelde, dan werd het toch een uitzonderlijk zonovergoten woensdag, een dag waarop onze schoolgaande kinderen in de namiddag lesvrij waren en hopelijk buiten hebben gespeeld. Voor de echtgenote, kinderen, kleinkinderen en vrienden van Paul Keymeulen uit de Lambrechtstraat nr. 28 werd deze voorlaatste dag van de kortste maand anno 2019 echter overschaduwd door het afscheid van deze man die volgende week donderdag 87 jaar oud zou worden. Paul groeide op aan de Groenstraat en liep – zoals velen op Aalst-rechteroever - school aan de ‘universiteit van Moilebeek’ waar hij toch wel in het oog van zijn meesters moet gesprongen zijn. Ook al was hij zijn vader reeds op jonge leeftijd kwijt en was zijn moeder maar een gewone arbeidster er werden middelen gevonden om deze enige zoon verder te laten studeren en niet zonder resultaat. Paul werd directeur van de brouwerijen De Geest en Zeeberg en wanneer die dichtgingen, werd hij opgepikt door mensen die zijn talenten opgemerkt hadden en verkocht hij stoom. Met sucees want hij had niet enkel zijn technische kennis mee, Paul was blijkbaar ook iemand die het verkopen in zich had en over een natuurlijke overredingskracht beschikte. Het zou hem de mooie bijnaam ‘Paul Vapeur’ opleveren. Paul groeide verder door en uiteindelijk schopte de jongen uit een bescheiden arbeidersgezin uit de Groenstraat het toch tot kaderlid van Electrabel. Paul trad in het huwelijk met Lieve De Meyst en samen kregen ze twee jongens en een meisje: Bart, Hans en Els die op hun beurt voor vijf kleinzonen en twee kleindochters zouden zorgen. Zijn woning en tuin aan de rustige Lambrechtstraat werd al vlug een open huis voor velen, ook voor mensen uit andere werelddelen en culturen die Paul via zijn werk of via de Rotary club waarin hij actief was leerde kennen. De man die zo graag een cowboy hoed droeg kon blijkbaar werkelijk met iedereen over weg. Al had hij de laatste jaren de kapiteinszetel van het gezin aan zijn vrouw overgelaten toch kwam zijn heengaan als een donderslag bij heldere hemel. In de nacht van dinsdag 19 februari werd de 86-jarige Paul in die mate door een hersenbloeding getroffen dat er nauwelijks kans op hoop of herstel bestond. Een onverwachte emotionele klap voor zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen maar bij nader toezien net zoals Paul het zelf zou hebben gewild, bang als hij was om in een rusthuis terecht te komen en van de zorg van anderen afhankelijk te zijn. We wensen Lieve, de kinderen en de schoonkinderen Anne, Ilse en Piet, samen met de kleinkinderen alvast heel veel onderlinge steun en troostend paasgeloof toe, nu – net nu de paasbloemen hier en daar verrassend vroeg reeds de kop opsteken – hun vader, schoonvader en opa in een oogwenk van hen heenging. Van hen heenging… om definitief thuis te komen in de liefde van de Heer en Zijn Schepper en God ongesluierd, van aangezicht tot aangezicht, te aanschouwen. Moge de Heer Paul met vreugde en hartelijke liefde verwelkomen in Zijn huis van eeuwig leven, waarin ruimte is voor velen… en misschien wel met stoom wordt verwarmd!

 

Gisteren namen we even voor het middaguur in aanwezigheid van heel wat zijn familieleden, vrienden en bekenden, buren ook uit de wijk Ten Berg afscheid van Herman De Gols die vorige week dinsdag 5 februari in het woon-en zorgcentrum ‘Mijlbeke’ overleed. Herman werd op het hoogtepunt van de zomer van 1942 – 24 juli én volle oorlogstijd – op de wijk Bergekouter geboren en zou ‘deze coté - zoals de Oilsjteneers dat zo sappig zeggen – nooit meer verlaten. 52 jaar terug trad hij in het huwelijk met Maria Meert die dan weer afkomstig is uit de Groenstraat. Samen kregen ze twee kinderen, een dochter een een zoon, Hilde en Johan. Hilde overleed jammergenoeg nu bijna tien jaar terug op amper 42-jarige leeftijd. ‘Een drama,’ zei zijn schoondochter Nancy in haar afscheidswoord ‘dat hij nooit meer echt te boven zou komen.’ Maar zei herinnerde ook aan het feit dat Herman haar tijdens de openingsdans op haar huwelijksfeest toefluisterde ‘dat hij nu ook officieel haar papa was’. Nancy was met andere woorden nog maar net ‘schoondochter’ of het werd al gewoon ‘dochter’. Schoon toch? Echte hobby’s had deze gewezen medewerker van de waterdienst van onze stad niet. Lachen, bezig zijn met de kleinkinderen en gezellig thuis zijn was voor deze eerder zenuwachtige mens van aard al meer dan genoeg. Doch, had zijn vrouw een reisje geboekt, dan ging hij gedwee mee en keerde hij ook erg dankbaar naar huis terug. Op paaszaterdag vorig jaar werd Herman echter getroffen door een hersenbloeding wat een hele revalidatietijd met zich meebracht, een tijd die hij grotendeels ook in Wetteren doorbracht. Natuurlijk was hij niet langer dezelfde pepe voor de kleinkinderen die ook moesten wennen aan de nieuwe, minder leuke toestand. Zijn vrouw en wederhelft Maria bleef echter heel trouw en zorgzaam aan zijn zijde en dat kon Herman ook tot rust brengen. In de tijd die nu is aangebroken zal ze pas goed en wel inzien hoe veel zorgen en tijd ze aan haar man heeft besteed, soms ook met de ondersteuning en hulp van enkele familieleden en verwanten. Maar is dat niet de échte kant van de medaille die ‘liefde’ heet, die liefde die in deze Valentijndagen zo roos en rood kleurt en vaak erg romantisch wordt geportreteerd? Moge Herman die uiteindelijk 76 jaar oud werd nu ten volle delen in Gods liefde sterker dan de dood en van een eeuwige geborgenheid genieten bij de Heer. En moge Maria, Johan en Nancy, de kleinkinderen, de zus en broers, de meest intieme vrienden van Herman kracht, nieuw licht en warmte vinden in de boodschap van de uit de dood verrezen Heer die ons de liefde als levensopdracht meegeeft. Na de uitvaartliturgie vergezelden de verwanten en vrienden van Herman zijn stoffelijke resten naar de begraafplaats van Moorsel waar ze een rustplaats vonden op het urneperk. Laten we Herman en zijn nabestaanden in deze zonnige dagen van de kortste maand meedragen in ons gebed.

 

Al is dit jaar nog maar zestien dagen oud, toch hebben we in onze kerk van Mijlbeek dit jaar reeds drie maal de uitvaartliturgie gevierd. De tweede uitvaart sinds de overschakeling van 2018 naar 2019 was die van Jozef De Lange uit de Drie Veldenweg nr. 65, de echtgenoot van Maria Van Calenberge. Jozef zou volgende zondag 20 januari 91 jaar oud worden maar eind november werd voor zijn dochters en kleinkinderen waarschijnlijk al duidelijk dat de aanvang van dat nieuwe levensjaar met minder toeters en bellen zou worden ingezet, als hun ‘pepe Jef’ die verjaardag al haalde. Dat is dus niet gebeurd want Jef overleed in de nacht van zondag 6 januari, op het mooie feest van Driekoningen en dat terwijl zijn moeder ooit op Kerstmis stierf. Jef was een krachtige man die wist wat hij wou en ooit zijn job bij de postcheque liet voor wat hij was om in het schildersbedrijf van een familielid aan de slag te gaan en er voor het fijne penseelwerk, onder andere goudbeleggingen, in te staan. Daarnaast was hij een fervente duivenliefhebber en heeft hij ook heel wat bekers verzameld en mooie uren met collega’s duivenmelkers beleefd. Hij stuurde niet enkel zijn gevederde vrienden graag op reis, ook zelf trok hij er graag met de auto op uit. Tot voor kort zat hij immers nog achter het stuur. In september vorig jaar nog ging een droom van deze kwieke man in vervulling toen hij samen met zijn vrouw naar het zuiden van Frankrijk kon, op bezoek bij hun jongste dochter Marie-Rose. Daar genoot hij met volle teugen van de zon en de zee, de traktaties, het samen-zijn met zijn geliefde wederhelft en hun dochter en haar gezin. Dankzij de hulp van de twee oudere dochters, Arlette en Nicole, konden Jef en Maria zo lang thuis blijven wonen en waar het ook maar enigszins kon namen de bejaarde ouders nog een huishoudelijke taak voor hun rekening. Loslaten was blijkbaar niet meteen hun sterkste kant. Toch moest Maria haar oh zo bezorgde echtgenoot waarmee ze uiteindelijk maar liefst 71 jaar lief en leed deelde, loslaten toen Jozef op de laatste dag van de novembermaand een hersenbloeding deed. Onze gedachten en gebeden gaan dus op de eerste plaats uit naar Maria en haar drie dochters Arlette, Nicole en Marie-Rose die we – samen met hun wederhelften en kinderen – ons christelijke medeleven aanbieden in de hoop dat de ster die de Wijzen tot bij het Kind in de kribbe bracht ook hen mag wegleiden uit de duisternis van hun onmacht en verdriet en met haar licht hun verweesde harten met dankbaarheid moge verwarmen en verlichten. Moge Jef nu met de blijheid van een duif die na haar lange reis haar eigen hok terugvindt, nu thuiskomen bij God, zijn Schepper en Vader. We namen van deze mens in onze kerk biddend afscheid op vrijdag 11 januari om 10.00 uur.   

 

Vrienden en verwanten van de families Ringoir en Keytsman verzamelden vorige zaterdagmiddag in onze kerk van Mijlbeek om afscheid te nemen van René Ringoir en zijn vrouw en vier kinderen Gaston, Magda, Freddy en Danny en zeven kleinkinderen te ondersteunen met hun meelevende aanwezigheid. René overleed vrijdagavond 4 januari net voor half zeven ’s avonds in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis nadat hij een vijftal maanden in het nabijgelegen woon- en zorgcentrum Mijlbeke had verbleven. Deze echtgenoot, vader en grootvader werd op 22 april 1934 hier in Aalst geboren en huwde ruim 65 jaar terug met Marie-Thérèse Keytsman uit Hillegem. Yordi, hun oudste kleinzoon (van wie we vorige week dinsdag vernamen dat hij voor de officiële affiche van carnaval 2019 zorgde!) bracht bij de aanvang van de uitvaartliturgie een gesmaakte hulde aan zijn ‘petj’ en ‘metj’ en wist met enkele beelden – van Oilsjterse woorden doorspekt – zijn herinneringen aan ‘de voorzitter van de steirke beiren’ gul te delen met de talrijke aanwezigen. Hij wist ook te vertellen hoe fier René op zijn kinderen en kleinkinderen kon zijn en dat hij niet bang was om - wanneer hij samen met zijn vrouw hun familiefoto bekeek - hardop te besluiten: ‘Kijk eens vrouwke welke mooie kinderen en kleinkinderen wij wel hebben!’ Tegelijk riep Yordi zijn familieleden en allen die aan de uitvaartliturgie van zijn petje deelnamen op om eens vaker bij het leven stil te staan en wat sneller tegen elkaar onze liefde, vriendschap en waardering onder woorden te brengen. Onder die aanwezigen in de kerk een ruime delegatie van de brandweervrijwilligers die René - die maar liefst 27 jaar lid van het Aalsterse corps was – als ‘Bijlkes René’ kenden omdat hij bij branden steevast de spuitgast met het bijl in de aanslag was. Twintig jaar lang heeft de man die aan de Caudronstraat nr. 30 woonde de huizen van onze stadsgenoten onveilig gemaakt met de verkoop van de traditionele kalender en al keek hij de laatste jaren op zondagmorgen heel vaak naar de televisiemis, toch was René ergens bang om te sterven. Dat gebeurde echter toch en meer bepaald in de vroege avond van de eerste vrijdag van dit jaar op het ogenblik dat wellicht heelwat collega’s en werkmakkers in één of andere horecagelegenheid het glas hieven op het nieuwe jaar. We bieden als geloofsgemeenschap op onze beurt zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, zijn broer en schoonzus en zijn beste vrienden onze christelijke verbondenheid aan in de rouw die hen treft en hopen dat het vuur van Gods liefde in hun hart moge blijven branden, ook al blijven ze nu ergens verweesd en eenzaam achter. Moge de man die mensen hielp als hij dat ook maar enigszins kon, en die uitgeleide werd gedaan kort nadat diezelfde voormiddag nog twee brandweermannen hun leven lieten bij een gasexplosie in het centrum van Parijs, nu voor altijd delen in Gods warme en eeuwige liefde. Na de uitvaartliturgie werden de stoffelijke resten van René onder een grijze hemel en een druilregen overgebracht naar de centrale begraafplaats van onze stad om daar bijgezet te worden op het urneperk. 

 

De eerste uitvaartplechtigheid in de kerk van Mijlbeek dit jaar was die van Johannes – doorgaans ‘Jean’ genoemd - De Bruyne vorige zaterdag, op Driekoningenavond. Jean was in de lente van 1939 te Wilrijk geboren maar de voorbije (bijna) tachtig jaren tot een Oilsjteneer uitgegroeid. Samen met zijn echtgenote Jeannine De Rijbel waarmee hij 55 jaar terug, na vier jaar verloving, huwde woonde hij aan de Moorselbaan nr. 349 bus 2. Nadat hij twee hartstilstanden had doorstaan en sinds 25 oktober vorig jaar in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis was opgenomen, voelde hij blijkbaar zijn levenskrachten verminderen en het uur van zijn dood naderen. Iets waartegen hij met alle macht ook vocht en hem veel verdriet deed. ‘Ze gaan ons scheiden,’ wist hij meermaals tegen zijn vrouw te zeggen. Zijn gezin en familie was dan ook alles voor de man die de voorbije tien jaren ook op nierdialyse beroep moest doen. Al had de man die steeds voor iedereen het beste wou en vrede vooropstelde schrik om te sterven, hij moest die deur naar het onbekende land binnengaan, en dan nog op tweede kerstdag, daags voor zijn naamfeest op donderdag 27 december. Moge deze zachtaardige, vriendelijke mens wiens ene woord nooit hoger klonk dan het andere – zoals een goede vriendin van het gezin De Bruyne-De Rijbel hem enkele dagen terug omschreef – nu in alle stilte delen in de glorie en de geborgenheid van het Kind van Bethlehem, mens geworden tussen ons opdat wij ook meer en meer mens zouden worden voor elkaar en zeker voor hen die de deur van de herberg steeds weer op hun neus krijgen. Mocht ons kerst- en paasgeloof een bron van troost en kracht zijn voor zijn vrouw Jeannine, hun dochter Sandra en wederhelft Dirk, hun enige kleindochter Steffi en allen die Jean in het doodgewone leven van elke dag zullen missen. Na het vieren van de uitvaartliturgie werd het lichaam van deze 79-jarige man te ruste gelegd op de centrale begraafplaats van onze stad. Moge Jean – de woorden van zijn patroonheilige Johannes in gedachten – nu tenvolle ondervinden dat God liefde is.

 

Op de laatste zaterdag van 2018 had in onze kerk van Mijlbeek de 99ste en allerlaatste uitvaart van het voorbije jaar plaats. We waren toen samen in onze 115 jaar oude kerk om er te bidden voor iemand die op 5 juni haar 87ste verjaardag had gevierd: Josephine Colpaert, uit de Sinte Gudulastraat. Josephine, geboren bij de aanvang van de zomer van 1931, overleed in het woon- en zorgcentrum ‘Denderrust’ te Herdersem op Kerstavond, een tweetal uren voor middernacht. Terwijl haar beide zonen Paul en Jan en hun wederhelften Bernadette (haar beide schoondochters hebben inderdaad dezelfde voornaam) overlegden wie tijdens de Kerstnacht bij hun moeder zou waken, ging Josephine onopvallend en geruisloos van hen heen. Dit in tegenstelling eigenlijk met de onrustige, steeds bange persoonlijkheid die haar eigen was. ‘Ons moeder was zelfs bang om bang te worden,’ weet haar oudste zoon te vertellen. Meer dan tachtig jaar lang heeft Josephine een vrij sterke en stabiele gezondheid genoten maar de laatste twee, drie jaar dierf ze toch wel eens vallen en doorstond ze ook verscheidene aandoeningen. Ook al was ze niet erg gesteld op een verblijf in een verzorgingsinstelling, in de loop van de voorbije maand juli kon Josephine nog moeilijk een andere kant op. Op zondag 18 november kwam ze in het ziekenhuis terecht en in de tijd die daarop volgde zou Josephine stilaan maar zeker, voelbaar, verzwakken. Na vier dagen en nachten van vechten stierf deze vrouw die de voorbije jaren met geen woord over het verdriet om haar man Richard die veertien jaar terug overleed, repte. Tot voor enkele jaren maakte Josephine ook deel uit van het bestuur van de Okravereniging op haar parochie. Verscheidene gewezen collega’s van haar gaven dan ook present op de uitvaart, vorige zaterdagvoormiddag om 10.00 uur. Op de slotdag van het jaar, op Silvesterdag, werd haar lichaam gecremeerd zodat in de namiddag haar stoffelijke resten kon worden bijgezet op het urneperk van onze centrale begraafplaats, bij die van haar betreurde wederhelft Richard De Kuyper. We bieden Paul en Jan, de beide schoondochters van Josephine, de kleinkinderen Stefaan en Stefanie en hun wederhelften, het enige achterkleinkindje Marie wier tekening op het bidprentje werd afgebeeld maar die uiteindelijk haar Nieuwjaarsbrief voor haar omi in de uitvaart toch niet dierf voorlezen, haar broer Pierre en schoonzus Denise en de buur en toeverlaat, de vriend ook van Josephine Roger Van De Meersche onze christelijke deelneming aan in de rouw die hun hart op Kerstavond trof. Moge Josephine nu voor alle menselijke tijd en hemelse eeuwigheid bij God rust en vrede vinden. Laten we haar gedenken terwijl de Wijzen uit het Oosten in de verte opdagen.

 

Tot voor enkele maanden was hij nog een vertrouwde figuur op het Onze-Lieve-Vrouwplein wanneer hij met zijn boodschappentas op wieltjes en eventueel een wandelstok in de hand naar één van de grootwarenhuizen aan de Albrechtlaan trok maar sinds het begin van de zomervakantie was hij toch gevoelig verzwakt: Marten ‘Louis’ Christiaens die we als eerste sinds Allerzielen dit jaar in onze kerk biddend uitgeleide deden. Louis die in de praktijk de naam van zijn dooppeter droeg, werd op 10 september 1929 in Asse geboren en kreeg op z’n minst een originele voornaam mee. Of ging het om een schrijffout? In elk geval kwam hij via verwanten zijn latere vrouw Lily Podevyn tegen en zo belandde ‘de echte Pajot’ - om zijn schoonzoon Karel te citeren - in Aalst terecht. Het gezin kreeg vier kinderen, twee dochters Jos en Hilde opgevolgd door twee zonen Jan en Marc en woonde het overgrote deel van hun leven aan de Moorselbaan. Later verhuisden Lily en Louis naar het Onze-Lieve-Vrouwplein. Tot Lily in de lente van 2010 overleed… Louis die uiteindelijk acht kleinkinderen kreeg, volgde de jongste blaadjes aan zijn stamboom op nauwe voet en jeunde zich ook in zijn rol als opa. ‘Daar alleen is ’t leven zoet… waar men stil en ongedwongen alles voor opa doet…’ dierf hij zich wel eens laten ontvallen. Al zei hij van zichzelf dat hij het niet zo moeilijk had met alleen zijn of eenzaamheid, hij kon zich ook dagelijks verheugen over het bezoek van één van zijn kinderen. Toen hij de laatste maanden verzwakte, verbleef zijn dochter Hilde heel vaak in zijn directe buurt zodat de verwoede liefhebber van westerns – die hij graag en meer dan één keer in de Engelse taal las – zijn verlangen om niet naar een woon- en verzorgingsinstelling te moeten verhuizen een hele tijd in vervulling zag gaan. Tot het enkele weken terug echt niet meer anders kon en Louis zich ook overgaf, ten einde krachten als hij was. Heel onopvallend ging deze 89-jarige man uit dit leven heen in de ochtend van zondag 11 november op het ogenblik dat heel wat kinderen zich verheugden over het gekregen speelgoed van Sint-Maarten en de volwassenen de druilerige regen  precies op de dag van de jaarmarkt betreurden. Zijn vredige blik verried misschien de rust en vrede die Louis, uitgerekend op zijn eigen feestdag, had ontdekt bij de Heer in het uur van zijn dood. Zijn dood die voor hem zonder enige twijfel ook een bevrijding van verdere aftakeling en grotere onmacht betekende… Marten Louis Christiaens genoot vorige zaterdag op het middaguur een stijvolle uitvaart met typerende woorden uitgesproken door zijn jongste zoon en twee van zijn kleinkinderen, namelijk Elke en Maarten. Na de communie bracht zijn oudste dochter het gedicht ‘Zijn glimlach en zijn zorgen zijn voorbij, zijn lieve aandacht voor de daagse dingen.’ Een gedicht van de hand van priester Anton Van Wilderode dat op het leven van deze mens leek geschreven, net als de aanhef van het bekende gedicht van Marnix Ghysen ‘Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid…’ dat dan weer zijn bidprentje siert. Moge ‘de wijze, goede man, eerlijk maar ook veeleisend als hij was’ nu tenvolle ervaren hoe goed het is te vertoeven in Gods aanwezigheid. De stoffelijke resten van Louis die zo graag naar het kerkhof trok rusten nu in de familiegrafkelder op onze begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan. Laten we de herinnering aan deze man biddend in ons meedragen. We bieden de kinderen en kleinkinderen van Louis alvast ons christelijke medeleven en onze gelovige hoop aan.  

 

Op deze 21 novemberdag, feestdag van de opdracht van Maria in de tempel, vierden we voor het eerst sinds Allerzielen dit jaar in onze kerk de uitvaartliturgie voor een vrouwelijke medegelovige, met name Godelieve De Neef, geboren en getogen in het begingedeelte van de lange, kronkelende Groenstraat. Godelieve werd op 8 december 1939, het feest van Maria’s onbevlekte ontvangenis, hier in onze stad geboren en woonde op een jaar na – kort na haar huwelijk met Alfred Gillade – heel haar 78 jaar durende leven in de Groenstraat, vanaf de ontplooiing van haar gezin aan het nummer 10. Begin april 2014 overleed echter haar echtgenoot en twee jaar terug werd deze vrouw - die in vroegere tijden graag naaide en kleren herstelde – door een herseninfarct getroffen. De anders al erg op haar huis gestelde Godelieve kon sindsdien niet meer stappen. Maar geen nood, met een tillift en een sterk team van thuisverpleegkundigen en de nabijheid van haar kinderen die hun eigen werkschema’s herschikten, kon aan Godelieves wens om zo lang mogelijk thuis te blijven worden voldaan. Ze genoot van de aanwezigheid van hun hond Lea en vroeg zich tijdens haar laatste levensdagen zelfs af wie voor hun Biegel zou zorgen en keek daarnaast ontzettend graag naar Ment-TV.
Vorige vrijdag 14 november overleed Godelieve in haar vertrouwde woonkamer en nadat gisteren haar lichaam in het gloednieuwe crematorium van onze stad tot stof en as werd herleid, werden haar stoffelijke resten bijgezet op het urneperk van onze nog steeds rijkelijk bebloemde begraafplaats aan de rand van de stad. Godelieve zal zonder twijfel een lege plaats achterlaten in haar vertrouwde woonkamer, maar nog meer in het hart van haar drie kinderen Danny, Luc en Nadine die voor hun moeder deden wat in hun menselijke mogelijkheden lag. Moge Godelieve nu te midden van Gods heiligen delen in Gods eeuwige vreugde en geborgenheid. We bieden haar kinderen en kleinkinderen Alyssa en Tiebe onze verbondenheid in verrijzenisgeloof en gebed aan. 

 

Op woensdag 3 oktober overleed Paul Sadones, omringd door zijn beide dochters Maria en Daniëlle, in het woon- en zorgentrum Sint-Job waar hij sinds een vijf- à zestal jaren verbleef met zijn wederhelft Paula Wailly. Zij ging uit dit leven heen op 18 juli van dit jaar en dat maakt dat haar man haar nog geen drie maanden later vervoegde in de dood. Paul werd geboren op 13 december 1932 te Overboelare en volgde bij zijn huwelijk zijn vrouw naar Aalst. Het echtpaar woonde tot voor enkele jaren aan de Drie Veldenweg en dat maakte dat meme en pepe Sadones-Wailly hun kleinkinderen konden afhalen van de school aan de Moorselbaan en onder de middag konden toekijken of ze wel voldoende aten. Zorgen voor hun kleinkinderen was dan ook hun grote drijfveer. De dochters van Paul omschrijven hun vader als een eerder in zichzelf gekeerde man die bijzonder veel van zijn tuin, zijn plantjes en bloemen, maar ook zijn vissen hield. Echte hobby’s had deze gewezen schoonmaker in Zaventem niet, maar als zijn vrouw een koude schotel dierf klaarmaken, had hij niet altijd het geduld om netjes zijn tijd af te wachten. ‘Steeds weer,’ vertellen Maria en Daniëlla, ‘zat onze papa stiekem te prusten aan wat mama met liefde had klaargemaakt en een geschonden koude schotel vond zij naturlijk maar niets!’ Zijn beide ouders op zo’n korte tijd verliezen, ook al waren ze oud en hulpbehoevend geworden, is nauurlijk zwaar. Daarom willen we de kinderen en kleinkinderen een hart onder de riem steken en hen van onze meelevende en biddende verbondenheid verzekeren. Moge Paul, die op 28 juli, nog achter de lijkwagen van zijn vrouw aan liep op weg naar haar laatste rustplaats en vorige zaterdag op onze centrale begraafplaats nu zelf een laatste rustplaats kreeg toebedeeld, tenvolle delen in de vreugde van de verrezen Heer.

 

Wie haar persoonlijk kende, was niet weinig geschrokken toen hij twee weken terug vernam dat Paula Vinck, de weduwe van Achiel Van Den Steen, in de vroege avond van woensdag 3 oktober levenloos was aangetroffen in de achterkeuken van haar woning aan de Groenstraat nr. 245A. Ze mocht dan op 17 november wel haar negentigste verjaardag vieren, toch kon kwam ze nog heel kwiek en monter voor de dag. Misschien had ze de genen mee van haar vader en moeder die ze in hun oude dag thuis had verzorgd en beiden de kaap van de 95 haalden. Paula werd dus bijna negen decennia geleden aan de Groenstraat geboren en kon zich verheugen in een jongere zus Anny. Voor de kinderen van hun zus of broer waren Paula en Achiel de gastvrije tante en nonkel bij wie ze maar al te graag langskwamen en daar genoot het koppel ook zelf genoot van. Kortom, nonkel Achiel en tante Paula waren een begrip voor de kinderen van Anny die enkele jaren terug weduwe werd en de neven en nichten uit Massemen, het geboortedorp van Achiel. Paula was niet enkel lid van Okra Mijlbeek maar ook van KVLV Mijlbeek waarvan ze zelfs enige tijd voorzitster was. Haar man was fier op zijn vrouw-voorzitster en hielp haar achter de schermen ongevraagd en zo veel als hij maar kon. Toen Achiel op 20 januari 2016 overleed, brak voor zijn vrouw uiteraard een intense rouwperiode aan. Maar God zij dank, mede dankzij de opvang en begeleiding van haar zus en haar neefjes en nichtjes, en de attente buren, kwam Paula er na verloop van tijd weer bovenop. Tot ze bij de aanvang van de zomervakantie een ernstige ingreep moest ondergaan die de nodige hersteltijd vergde en deze kinderloos gebleven vrouw op sommige ogenblikken duidelijk in de greep was van een onderliggende angst omtrent haar toekomst. En net nu iedereen in haar directe omgeving zich verheugde over het feit dat Paula terug aan de KVLV samenkomsten deelnam, op 28 september met haar zus en twee nichtjes nog van een bezoek aan Oostakker-Lourdes had genoten, werd ze in de loop van woensdagnamidaag drie oktober door de dood verrast. Te midden van de pijn om het afscheid dat geen afscheid was, mogen we ook troost vinden in het feit dat Paula een mogelijke periode van aftakeling en verzwakking is bespaard gebleven. Maar… het afscheid was hard, omdat het zo plots en onverwacht was. Heel wat vrienden en bekenden van de families Vinck en Van Den Steen, Okra-bekenden en KVLV-leden namen vorige zaterdag, even voor de middag, van Paula afscheid tijdens de uitvaartliturgie in onze kerk van haar Mijlbeek. Laten we deze vrouw meedragen in onze gebeden opweg naar Allerheiligen en Allerzielen en ons verbonden weten met haar rouwende zus Anny, die haar de voorbije weken zo intens bijstond en haar neefjes en nichtjes. Na de uitvaartliturgie kreeg Paula een laatste rustplaats op de centrale begraafplaats van onze stad, waar ze nu in het graf opnieuw is verenigd met haar dierbare Achiel.

 

Onder een hartverwarmende zon werd zaterdag – even voor het middaguur – op onze centrale begraafplaats afscheid genomen van een geliefde papa en opa, een bekende parochiaan en tot voor enkele jaren vertrouwd lid van ons parochiaal koor op Mijlbeek: André Vermeersch. De man uit de Goudbloemstraat nr. 5, steeds piekfijn in kostuum met bijbehorende das gehuld, was echter geen geboren Ajuin, maar iemand die in de universiteitstad Leuven ter wereld kwam, als tweede in een gezin van zes en dat op 19 mei van ‘het jaar onzes Heren’ 1934. Ook zijn twee jaar oudere vrouw Hilda Boxy zag in deze stad het levenslicht. Omdat André tewerkgesteld was als vertegenwoordiger van een Aalsters bedrijf dat zonneweringen vervaardigde en verkocht, kwam het jonge echtpaar van de Dijle- naar de Denderstad toen ze volop aan de uitbouw van hun gezin bezig waren. Drie van de vier kinderen – namelijk Kristel, Kathleen en Bart - werden in Leuven geboren, de jongste telg, namelijk Griet, hier in Aalst. ‘Geen enkel dorpje in Vlaanderen was voor hem onbekend, hij was onze levende gps nog voor zo’n technologie bestond,’ vertelde zijn oudste dochter op het einde van de uitvaartliturgie in onze kerk van Mijlbeek. Daarnaast was André ook blijkbaar dol op wijn – waar letterlijk absoluut geen water bij hoefde! – en hield hij ook enorm van kunst, een concert, een museum. Al die passies trachtte hij ook door te geven aan zijn vier kinderen en elf kleinkinderen die hij graag ‘zijn voetbalploeg’ noemde. Die grote kleinkinderen – de oudste negenentwintig, de jongste veertien – waren zichtbaar ontroerd door het overlijden van hun opa. Het was bij de aanvang van de uitvaartliturgie mooi om te zien hoe de oudste zes hun opa tot voor het altaar in de kerk brachten terwijl de vier kleindochters de kist van hun overleden opa omringden met het licht van de paaskaars, de verrezen Heer. Onze gedachten en gebeden gaan uiteraard op de eerste plaats uit naar Hilda, de echtgenote van André die op 20 mei maar liefst 57 jaar met hem was gehuwd en in wier hart het heengaan van André natuurlijk de grootste leegte zal nalaten, hoe innig ze ook mag worden omringd door haar kinderen en kleinkinderen die onderling een hechte familieband hebben met elkaar. Haar wensen we dan ook heel veel sterkte toe samen met de ongelooflijke, hartverwarmende ervaring van de Emmaüsgangers die de Heer herkenden bij het breken van het brood. Maar ook Kristel, Kathleen, Bart en Griet, de schoon- en kleinkinderen, de broers Ivan en Bob, zijn zus Denise, bieden we ons christelijke medeleven aan bij het overlijden van hun vader en schoonvader, opa en broer die op 19 september overleed en de voorbije 19de mei zijn 84ste verjaardag had gevierd. Misschien niet meer zo uitbundig of uitdrukkelijk omdat de gezondheid van André de voorbije maanden toch met rasse schreden achteruitging. Niettemin werd het voorziene kortverblijf in woon- en zorgcentrum ‘Ten Rozen’ op 3 september niet eens ten volle benut toen bleek dat André veel sneller fysiek verzwakte dan zijn gezinsleden hadden verwacht of voorzien. Moge André nu delen in het zonlicht van Gods heilige vrede en bij Sint-Pieter genieten van de beste, onversneden, hemelse wijn! Laten we zijn naam noemen bij het vieren van de eucharistie en het beluisteren van ons parochiaal koor.

 

Met Kathleen Logghe namen we maandagvoormiddag - terwijl duizenden leerlingen en leer-krachten na twee maanden vakantie terug aan de slag gingen, afscheid van een vrouw die voorheen aan de Leopoldlaan en in Hofstade woonde en bij wie enkele jaren terug ‘jongde-mentie’ werd vastgesteld. Onder de ogen van haar enige zoon Frederik ging deze voorheen levenslustige vrouw de voorbije jaren zienderogen achteruit zodat haar uiteindelijke heengaan op maandag 27 augustus als een ware bevrijding uit haar onmacht en lijden kan worden om-schreven. Sinds een drietal jaren genoot de vroeg weduwe geworden vrouw van Michel Dejonge en in een volgende levensfase partner van Paul Bulckaert opvang in het woon- en zorgcentrum ‘Mijlbeke’ waar ze op de derde verdieping verbleef. Temidden van haar mentale broosheid kwam echter ook haar christelijke basis aan het licht: Kathleen bad veel en kon op één dag haar Lievevrouwbeeldje wel honderd kusjes geven. Moge de Heer haar stille geloofsvertrouwen nu niet beschamen en Kathleen laten delen in de vreugde van Zijn verrezen Zoon, onze hoop op eeuwig leven. Samen met Frederik en Paul, met Mariska en de kleinkinderen Bo en Andres, en nog enkele bekenden en vrienden hebben we voor Kathleen gebeden en na de uitvaartliturgie haar stoffelijke overschot naar de centrale begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan gebracht. Daar mag deze vrouw die op de tweede dag van oktober 67 jaar oud zou worden, nu rusten in vrede.

 

Op het feest van de heilige Thomas, dinsdag 3 juli, ging Rita Van Audenhoven in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis uit deze wereld heen. Rita, de jongste van vier kinderen, werd op 27 juni te Zottegem geboren en groeide kort na de Tweede Wereldoorlog op in Erwetegem in het kielzog van haar oudere broers Paul, Marc en Luc. Zij overleed dus amper zes dagen na haar 71ste verjaardag. 71 jaren waarin ze het leven doorgaf aan twee dochters, namelijk Nancy en Vicky en zich soms doorheen moeilijke situaties moest wringen. ‘Maar,’ verzekert haar oudste dochter, ‘ons moeder bleef altijd bezorgd voor andere mensen, nam alles ter harte en was ondanks de flinke portie miserie die ze kende een erg sociaal en steeds optimistisch ingestelde vrouw.’ Nadat ze reeds enkele jaren in ‘De Kareeloven’ te Hofstade had verbleven, maakte ze in maart dit jaar de overstap naar het rustoord ‘Mijlbeke’ maar jammergenoeg  verbleef ze sindsdien meer in het ziekenhuis dat in de verzorgingsinstelling waar ze nochtans doodgraag was. Tijdens haar laatste levensdagen kende ze veel pijn, tot ze uiteindelijk op de derde dag van de zomervakantie, omringd door haar beide dochters, definitief haar ogen sloot. We bieden haar hele leven aan God aan en vragen dat hij deze vrouw - ‘Mimmy’ zoals haar oudste dochter haar steeds aansprak - nu laat delen in de grote zomer van Zijn eeuwige leven. Na de liturgische viering die plaats had op zaterdag 7 juli om 10.00 uur werden de stoffelijke resten van Rita bijgezet in het columbarium op onze centrale begraafplaats. We bieden Nancy en Vicky, maar ook haar broers Paul, Marc en Luc en hun wederhelften Teresa, Marie-Rose en Katty alvast ons christelijke medeleven aan, terwijl we hen natuurlijk – samen met Rita – meedragen in ons gebed.

 

In de nacht van zaterdag 28 juli werd de eerste gittegolf van deze heroïsche zomer doorbroken door een onweer en mochten we bij het aanbreken van de dag enkele regenbuien begroeten, zodat de weersomstandigheden enigszins draaglijk werden. Dat maakte dat we tegen de klok van 10.00 uur met een iets frisser hoofd – maar met een nog steeds bedroefd hart! - naar onze kerk konden om er biddend afscheid te nemen van Paula Wailly die op 25 januari  80 jaar oud was geworden. Paula woonde tot voor een zestal jaren met haar echtgenoot Paul Sadones aan de Drie Veldenweg, maar moest na een val van haar trap die verlamming met zich meebracht, onderdak zoeken in het woon- en zorgcentrum ‘Sint-Job’ op de andere Denderoever. Het koppel kreeg twee dochters, Maria en Daniëlle en via hen ook tien kleinkinderen. Voor hen was Paula steeds ontzettend in de weer, bang als ze was dat ze bijvoorbeeld op school onder de middag niet genoeg zouden eten, schakelde ze haar echtgenoot in voor het vervoer van haar kleinkinderen terwijl zij tegen hun thuiskomst van de de lekkerste gerechtjes had bereid. Dat konden we ook horen in het afscheidwoordje van sommige kleinkinderen in de uitvaartliturgie. Ongeveer 19 jaar terug, kort nadat ze als poetsvrouw met pensioen ging, werd Paula voor het eerst van nabij met kanker geconfronteerd. Vorig jaar stak die ziekte weer de kop op en nam ze ook in kracht en omvang toe. De voorbije maanden werd de ooit zo actieve vrouw die Paula was zo hulpbehoevend dat ze als geen ander besefte dat haar tijd om te gaan was gekomen. Ze sprak open en onomwonden over de hemel die haar toekomst was en nam haar voor om daar heel goed voor haar achterkleindochtertje Liza te zorgen, het kindje van haar kleindochter Céline en echtgenoot Ben dat op 10 december 2016 overleed, nog geen maand na de geboorte. Moge Paula, wier zus Leona in april 2013 in onze kerk aan Gods eeuwige liefde werd aanbevolen, nu voor eeuwig delen in de grote zomer van Gods hemelse trouw, samen met haar broer Willy en haar achterkleinkindje. Paula kreeg een laatste rustplaats op de centrale begraafplaats van onze stad, helemaal vooraan, halverwege de tweede of derde rij rechts als je de plek betreedt. We bieden haar achterblijvende echtgenoot Paul, haar rouwende dochters, schoonzonen Helverd en Wim en haar tien dankbare kleinkinderen alvast ons christelijke medeleven aan.

 

Zaterdagvoormiddag kwamen we in onze kerk samen naar aanleiding van het heengaan van Irène De Meerleer, 59 jaar terug gehuwd met Urbain D’Haese en voorheen woonachtig tegenover de Colruyvestiging aan de Brusselse steenweg. Zoals haar familienaam rasechte Aalstenaars zal doen vermoeden, kwam deze vrouw, geboren te Erpe op de derde dag van de maand maart anno 1932, uit een familie van fruithandelaars. Samen met haar wederhelft bouwde ze doorheen de jaren een eigen zaak uit, gespecialiseerd in de invoer en de groothandel van fruit. ‘Een uitdaging waar ze met hart en ziel tegenaan gingen en waarvoor ze als zelfstandigen heel hun leven in de schaal wierpen,’ getuigen de drie dochters Carine, Hilde en Ann ongedwongen in koor. ‘Altijd goedgezind, Steeds content. Nooit opgeven. Beetje kapoen, schalks. Veel lachen’ zo omschrijft de tekst op het bidprentje de persoonlijkheid van deze vrouw. 13 jaar terug echter werd Irène getroffen door een ‘cva’ waardoor het rechtergedeelte van haar lichaam gedeeltelijk was verlamd. Ze kon wel nog wat stappen maar kende ook slikproblemen. Op drie augustus verslikte Irène zich heel ernstig en deed ze een hartstilstand. Vorige dinsdag stierf ze in het Algemeen Ziekenhuis van onze stad, op 86-jarige leeftijd. Vier jaar terug werd ze één van de allereerste bewoners van het woon- en zorgcentrum ‘De Hopperank’ waar ook Urbain twee jaar later zijn intrek nam. Hij heeft zo goed en zo kwaad als hij kon en met al zijn mogelijkheden zijn vrouw verzorgd en bijgestaan. Voor hem breekt nu ongetwijfeld een periode van gemis en leegte aan. Bijna zestig jaren als man en vrouw in het leven onderweg wis je uiteraard niet in één pennetrek uit. We bieden hem dan ook de kracht en de troost van ons medeleven en ons gebed aan en bidden dat Irène – de betekenis van haar eigen voornaam indachtig – nu, op het hoogtepunt van deze onvergetelijke zomer, moge delen in de rijke vrede van de verrezen Heer. Na de liturgische plechtigheid werden de stoffelijke resten van deze echtgenote, moeder, schoonmoeder en grootmoeder bijgezet op het urneperk van onze centrale begraafplaats. Rust in de vrede van de Heer, beste Irène!

 

Zijn beide ouders haalden de tweede helft van de tachtig, zijn vader werd 89, zijn moeder 87 maar hij slechts 64 en toen we op een ijskoude laatste februaridag in onze kerk van zijn moeder Meintje afscheid namen stond Ernest Steghers nog niets vermoedend in de rij der kinderen die in de rouwkapel het medeleven in ontvangst namen. Pas halverwege de maand mei voelde de vierde in de rij van Stantje en Meintje De Wulf uit de Langestraat zich minder fit en kwam er via een bloedafname een zeer ongunstige toekomst aan het licht. Nestjen of Nest – zoals hij gewoonlijk door zijn verwanten en vrienden werd genoemd - leed blijkbaar aan een agressieve vorm van de gevreesde ziekte: de bouwvakker die zo fier was op zijn paardestaartje en ook heel erg van vissen hield, zou zes weken later dit tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. In de namiddag van 26 juni blies deze man, omringd door zijn vrouw en hun beide dochters zijn allerlaatste adem uit na verscheidene dagen van onmacht en enorme verzwakking. Wie had dit ooit voor mogelijk gehouden toen we zijn moeder op 28 februari biddend uitgeleide deden? Niemand toch… De leegte en het gemis in het hart van zijn vrouw Marina Tas die hij 46 jaar terug op de tonen van het liedje ‘un canto a Galicia’ van Julio Iglesias leerde kennen. 44 jaar waren zij ondertussen gehuwd, een huwelijk bezegeld in twee dochters die weliswaar 18 jaar in leeftijd verschillen. Uiteraard bieden we ook de beide schoonzonen Bart en Kenny, en de kleinkinderen Amy en Robby ons christelijke medeleven aan. Robby waar Nest zo fier op was en Amy die als pas afgestudeerde trouwens haar grootvader opbaarde.  Op het einde van de uitvaartplechtigheid nam ook de voorzitter van de Harley-Davidson motoclub ‘Black Panthers’ het woord. Hij schetste hoe een zestal jaren terug een babbel tussen hem en Nestjen op de markt van Ternat tot diepe vriendschap en verbondenheid met andere motoclubleden zou leiden. Heel wat clubleden hadden dan ook hun tweewieler naar het kerkplein meegebracht en voorafgegaan door een escorte van ontroerde motovrienden werden de stoffelijke resten van deze mens – die ook een echte zonneklopper was – naar het urnepark op de centrale begraafplaats van onze stad overgebracht, onder een loden zon, daags na de heroïsche overwinning van onze Rode Duivels op de Japanners. Moge voor Nestjen de grote zomer van Gods eeuwige vrede zijn aangebroken en moge dat gelovige vertrouwen voor zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, broers en zussen, motovrienden en buren uit Pollare waar deze mens woonde, een bron van hoop en ondersteuning wezen. Laten we Nestjen liefdevol in onze gebeden en gedachten gedenken.

 

Op woensdag 20 juni overleed in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis omstreeks 08.30 uur Yvonne Huylebroeck, sinds 10 december 2016 weduwe van Willy Beeckman. Yvonne was dus anderhalf jaar weduwe en het overgrote deel van die tijd verbleef ze in het woon- en zorgcentrum ‘Aqua Vitae’ te Gijzegem. Als kinderloos gebleven echtpaar waren Willy en Yvonne begrijpelijkerwijze heel erg op elkaar ingesteld en mensen die hen reeds als jonggehuwden kennen, getuigen dat het een bijzonder koppel was waarin er veel onderlinge interactie leefde. Willy, op zijn 55ste reeds met pensioen bij het Amylum van weleer, had een groot aandeel in het huishoudelijke leven van elke dag en misschien heeft hij zijn echtgenote ooit ook ergens verwend. Als bij zijn dood in de dagen voor Kerst 2016 al werd gezegd dat niemand ooit tevergeefs op Willy’s hulp en bijstand beroep deed en hij ‘een man uit de duizend’ was, dan hoeft het ons helemaal niet te verwonderen dat zijn overlijden een enorme impact had op het leven van Yvonne. Al hadden ze geen kinderen ze hebben blijkbaar samen een mooi leven gehad, waren uiteindelijk 61 jaar getrouwd en gingen regelmatig samen op reis naar bijvoorbeeld Zwitserland of de Moezelstreek. Uiteindelijk mogen we ook niet uit het oog verliezen dat Yvonne tijdens haar leven – een korte opname twee jaar terug niet te nagesproken – nooit in een ziekenhuiskamer heeft verbleven. Behalve dan tijdens de laatste vier weken van haar bestaan, toen ze zo was verzwakt dat men haar ook in het woon- en zorgcentrum ‘Aqua vitae’ niet langer de noodzakelijke zorgen kon verlenen. Ook al ging haar mentale en fysieke gezondheidstoestand het laatste jaar gevoelig achteruit, toch zijn haar nichtjes Nicole en Gaston en hun wederhelften Pascal en Rita nog verbaasd dat ‘hun matante’ op zo’n relatief korte tijd verzwakte en overleed. Niettemin mag haar heengaan bij nader toezien worden gezien als een bevrijding uit de onmacht en het lijden die gewoon eigen zijn aan het ouder worden. Moge Yvonne die uit deze wereld heenging één dag voor de aanvang van de zomer nu voor altijd delen in de grote zomer van Gods eeuwige leven. Hebt u nog even tijd voor een anekdote die ons net voor de aanvang van de uitvaartliturgie, vorige zaterdag in onze kerk van Mijlbeek om 10.00 uur werd toevertrouwd? De eerste zondag die Yvonne en Willy als gehuwden samen doorbrachten, had Yvonne kroketten op haar menu gezet. Toen ze na de maaltijd bij haar kersverse echtgenoot polste naar zijn welbevinden omtrent datgene wat ze had geserveerd, moet Willy hebben gezegd dat het hem waarlijk had gesmaakt, maar… dat ze voortaan beter die diepvrieskroketten eerst in het frietvet legde! en zo toveren Yvonne, en haar echtgenoot die aan de Langestraat nr. 43 woonden, nog een hartelijke glimlach op ons gelaat wanneer we deze dagen biddend aan hen terugdenken!

 

Al werd deze zesde junidag reeds vorig weekend door de weerman als de zonnigste dag van de week aangekondigd, er was groot verdriet in ons hart en onze kerk, deze ochtend toen we afscheid namen van de vijf maanden oude baby Fayden De Bel die op woensdag 30 mei aan de gevolgen van een longontsteking overleed. Bestaat er een grotere omacht dan het afscheid van een klein kind wier naam volgens een website van voornamen zo veel als ‘weelderig’ en ‘rijkdom’ zou betekenen? We hebben geen woorden om Chelsea Schelfhout en Jordan De Bel die aan Hertshage wonen te troosten, maar willen wel heel dicht bij hen zijn met heel ons hart en voor Fayden bidden. Moge het gelovige vertrouwen dat Jezus als grote kindervriend geen mens moederziel alleen achterlaat in de dood, hen kracht en troost geven, om ondanks deze pijn en dit gemis hun leven vertrouwvol verder te zetten. Na de uitvaartliturgie werd het kistje met de kleine Fayden overgebracht naar onze centrale begraafplaats waar het nu rust tussen de andere betreurde kinderen uit onze stad. Laten we deze rouwende ouders en de grootuders van Fayden alvast meedragen in ons gebed.

 

Gisteren vierden we in onze kerk van Mijlbeek de uitvaartliturgie voor Lea De Pauw uit de Doolhofstraat nr. 7. Zij werd op 3 maart 1948 in onze stad geboren maar groeide in wezen vooral in Mere op. Pas enkele jaren terug keerde ze samen met haar echtgenoot Freddy Van Lierde, afkomstig van Nieuwerkerken, naar haar geboortestad terug en ze voelde zich ondertussen al zo sterk Oilsjteneer dat ze ook hier begraven wou worden. Lea werd onlangs  zeventig jaar oud maar was ondertussen al ruim veertig jaar diabetespatiënt, overleefde twee hartaanvallen en sukkelde met de nieren. Vorige week maandag kwam ze in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis terecht waar ze twee dagen later in de avond van woensdag 16 mei naar haar Heer en Schepper terugkeerde. Lea heeft geen kinderen maar laat wel nog twee zussen, Lutgarde en Linda na. Ze hield van breien, een uitstapje naar Oostakker of Scherpenheuvel en enkele vakantiedagen aan zee sloeg ze evenmin af. ‘We hebben ondanks alles een mooi leven gehad en mijn vrouw was zeker geen klager’ vertelt Freddy door zijn tranen heen. We wensen hem alvast heel veel gelovige troost en moed toe. Moge Lea, die vijftien, zestien jaar terug haar beide ouders op 16 dagen tijd zag sterven, nu voor eeuwig delen in Gods geborgenheid. Laten we deze vrouw die de laatste tijd ook moeilijk te been was pieteitsvol meedragen in ons gebed. Na de uitvaartplechtigheid vergezelden we deze vrouw naar haar laatste rustplaats op onze centrale begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan. Mocht ze rusten in vrede.

 

Deze voormiddag verzamelden heelwat bekenden en buren van de familie Cornelis-Vanderslaghmolen in onze koele kerk om er afscheid te nemen van een vriend of gewezen collega, een buur uit de Slotstraat, de echtgenoot, vader of pepe van een goede vriend(in) of bekende: Jozef Cornelis die op 10 juli 1945, net na het einde van de Tweede Wereldoorlog dus, het levenslicht zag aan de Aalsterse Schietbaan, op de grens met Erembodegem. Jozef groeide in het gezin Cornelis op tussen twee oudere zussen die nog in leven zijn en zijn ondertussen ook al overleden broer. Hij huwde met Marie-Louise Vanderslagmolen uit de Slotstraat en het gezin kwam ook naar daar wonen na hun terugkeer uit Duitsland want Jozef en Marie-Louise woonden ruim 13 jaren onder andere in het Duitse Siegen omdat hij als beroepsmilitair bij onze Belgische strijdkrachten werkzaam was. Het echtpaar kreeg een zoon en een dochter, Franck en Nancy, en uit hun huwelijk met Els en Filip, ontsproten er ook vier kleinkinderen die de beste herinneringen bewaren aan een strenge maar rechtvaardige pepe die niet toeliet dat ze als kind met voedsel speelden. Jozef hield enorm van sport en deed ook zelf veel aan sport. Jarenlang was hij als scheidsrechter actief in het jeugdvoetbal. Toen hij ruim acht jaar terug een bacteriële besmetting opliep die uiteindelijk voor een herseninfarct en een gedeeltelijke verlamming zorgden, was dat voor een figuur als Jozef natuurlijk meer dan een domper op het geluk. Maar met de goede hulp van gespecialiseerd personeel in revalidatiecentrum ‘Inkendaal’ te Vlezenbeek – het vroegere en beter bekende ‘De bijtjes’ – kwam deze man er zo goed en zo kwaad mogelijk bovenop. Na vier maanden kon hij alweer de trap op en vrij goed verstaanbaar praten. Zo konden Jozef en Marie-Louise op hun mooie feest ter gelegenheid van hun gouden huwelijksjubileum nog zelfs een dansje placeren… Eind december vorig jaar doken er echter opnieuw donkere onweerwolken op aan de hemel van Jozef en zijn gezin. Dokters stelden een tumor tussen de ruggewervels vast en zagen zich van meetaf aan niet opgewassen tegen deze aandoening. Jozef moest beroep doen op een gecompliceerde en doorgedreven verzorging en vond onderdak in het woon- en zorgcentrum ‘Avondzon’ te Erpe waar hij dan ook de avond van zijn leven doorbracht. Aan de tijd van onmachtig toezien voor Marie-Louise, de kinderen en kleinkinderen, kwam in de avond van dinsdag 1 mei een einde. Voor Jozef in onze menselijke ogen een bevrijding uit de dood. Maar we durven ook hopen op meer dan enkel een bevrijding van lijden en pijn. We durven geloven dat deze mens door God - net als de verrezen Heer - ten hemel werd opgenomen en nu mag genieten van Zijn grenzeloze vreugde en geborgenheid. Laten we Jozef en zijn nabestaanden meedragen in ons gebed tijdens deze dagen van Hemelvaart naar Pinksteren toe. 
Na de uitvaartliturgie werden de stoffelijke resten van Jozef, terwijl voor heel wat schoolgaande kinderen het superlange hemelvaarstweekend begon – uitgestrooid boven de grond van zijn geboortestad. Laten we deze mens en zijn rouwende nabestaanden op weg naar Pinksteren in onze gebeden gedenken.

 

Vorige vrijdag, vrijdag de dertiende, namen we in onze kerk biddend afscheid van Marie-Louise De Beul die 88 mocht worden. Zij was op en tot Aalsterse en was de enige dochter van een biscuitier uit de Groenstraat tegenover de kliniek. Als dochter van een druk benomen ouderpaar dat een eigen zaak had, werd Marie-Louise op internaat gestuurd bij de zusters Franciscanessen van het Crombeen in Burst. Haar schoondochter Sonja Van Temsche vermoedt dat Marie-Louise daar werd besmet met zin voor orde, netheid en organisatie. Zij tekent haar schoonmoeder immers als een vrouw met een groot organisatietalent. Niets werd ter elfder ure geregeld. Alles moest op tijd in kannen en kruiken zijn. Zelf stond Marie-Louise in voor de opvang van haar moeder die 92 werd. Haar enige kleinzoon Tim zal zich zijn meme herinneren als een vrouw met zin voor humor die trouw en respect hoog in het vaandel droeg. Daarnaast moet zij ook iemand zijn geweest die dieper op de dingen des levens inging, want ze legde een bescheiden schriftje in A5-formaat aan waarin krantenartikels en teksten die haar nauw aan het hart lagen terechtkwamen, onder andere de tekst van ‘Een liedje voor als ik er niet meer ben’, gezongen door Robert Long. Daarmee zijn we de uitvaartliturgie dan ook begonnen. Toen haar wederhelft Richard 13 jaar terug overleed kreeg Marie-Louise haar eerste krak. Daarbij kwam zeven jaar geleden het totaal onverwachte heengaan van haar enige kleinzoon John die in de ochtend van een sneeuwrijke 24ste december om 7 uur ’s morgens in zijn keuken van het ene op het andere ogenblik overleed. Een zware klap voor iemand die zo naar zijn geboorte had uitgekeken. Marie-Louise moet een sterke dame zijn geweest want verscheidene keren kwam ze zo in de medische problemen terecht dat dokters haar luidop een vogel voor de kat noemden maar telkens kroop ze weer door dat kleine gaatje heen. Deze keer dus niet. Vanuit het woon- en zorgcentrum ‘Lakendal’ werd ze naar het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis gebracht waar ze de donderdag na Pasen overleed. En dat terwijl ze daags voordien nog tegen haar schoondochter en kleinzoon had gezegd dat ze ’s anderendaags ging eten en zelfs nog moppen had zitten vertellen. Laten we nu ondertussen haar stoffelijke resten op onze centrale begraafplaats zijn uitgestrooid voor Marie-Louise, die zo graag eens in de Lourdesgrot aan de Langestraat binnenliep, bidden dat ze niet enkel in de dood maar op de eerste plaats in de verrijzenisvreugde van Jezus opnieuw met haar echtgenoot en zoon verenigd zou moge zijn. We bieden Sonja en Tim die er alles aan gedaan hebben om hun meme zo comfortabel mogelijk te laten oud worden heel veel onderlinge verbondenheid toe bij de leegte die Marie-Louise nu achterlaat. Mochten ze ook troost putten uit het feit dat Marie-Louise hen zo dankbaar was omdat ze ‘zo goed voor haar hebben gezorgd’. Moge deze fiere vrouw die aan de Groenstraat nr. 242 woonde nu ten volle delen in de vreugde van de verrezen Heer.

 

Op het einde van de paasweek, ‘zaterdag in albis’ 7 april, overleed Herman De Lathauwer in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis waarvan hij ooit bestuurder is geweest. Deze man werd 82 jaar terug in het naburige Hofstade geboren en huwde 57 jaar geleden met Frieda Oltmans die hem tot in zijn laatste levensuren heeft bijgestaan en verzorgd. Herman stond ooit aan het hoofd van het textielbedrijf ‘Denderlandmartin’ dat op het industrieterrein van Gijzegem is gevestigd en op zijn hoogtepunt in de jaren zestig quasi 1200 werknemers telde. Het verven van stoffen, het vervaardigen van textielstoffen voor de bekleding van auto’s, het behandelen van tapijten was de core business van dit bedrijf. Herman die een intelligente maar ook heel moedige man moet zijn geweest, kon zich als zakenman manifesteren en ontplooien mede door het feit dat hij thuis, aan de Sylvain Van Der Guchtlaan nr. 9, kon terugvallen op een sterke wederhelft die het huishouden en de opvoeding van de kinderen voor haar rekening nam. Het is mooi dat zijn oudste dochter Astrid ons op het hart drukt dat ze zich haar vader op de eerste plaats als een huiselijke gezinsman wil herinneren en niet als de succesvolle zakenman. Herman, die officieel ‘Armand’ heette, was inderdaad een doorzetter – ‘nie pleuie’ was zijn leuze – maar genoot ook als geen ander van de familiebijeenkomsten met zijn drie kinderen en acht kleinkinderen. Hij bracht zijn nakomelingen graag waarden bij en schonk hen ongetwijfeld een warm nestgevoel. De laatste jaren van zijn leven bleven de medische problemen en complicaties zich echter opstapelen. In die mate zelfs dat hij er vrede mee had genomen dat het uur van heengaan uit dit leven was aangebroken. ‘Ja… we hebben samen een mooi leven gehad’ besluit Frieda die ondanks haar verdriet, het gemis van haar echtgenoot, ook erg dankbaar is om wat is geweest. Dat Herman zelf zich tegenover Frieda als het ware verontschuldigde omdat hij als eerste moest gaan en het gevoel had dat hij zijn vrouw in de steek liet, toont aan hoe sterk de band na als die jaren als gehuwden was. Moge Herman, die ook een erg geëngageerde en sociaal bewogen man was, nu tenvolle delen in de verrijzeniskracht van de Heer en moge dat vertrouwen de komende weken en maanden voor Frieda, voor Rudy, Astrid en Inge, de schoonkinderen Amanda, Jean-Luc en Geert en de acht kleinkinderen (waarvan er maar liefst zeven jongens zijn) een houvast en een lichtbaken in hun verdriet zijn. Laten we Herman aanbevelen bij de Heer en ons met zijn nabestaanden ook biddend verbonden weten. De uitvaartliturgie had vorige zaterdag 14 april om 11.45 uur in onze kerk van Mijlbeek plaats.

 

Nadat ze in de namiddag van donderdag 15 maart de ziekenzalving had ontvangen en wij aan de Goede Herder hadden gevraagd om Albertine Uyttersprot op Zijn schouders te geleiden naar de groene weiden van Zijn eeuwige leven, overleed deze echtgenote van Benoni De Wael in de ochtend van maandag 19 maart, de feestdag van Sint-Jozef. Op 24 mei van het jaar 1934 kwam ze ter wereld in de stad waar ze ook uit dit leven heenging en werd dus 83 jaar oud. In hun afscheidswoorden roemden haar kleinkinderen hun meme omdat ze hen van kleinsaf aan had vertroeteld en verwend. De ‘sedawoda’ (God zegene en beware u) – het kruisje – dat ze op hun voorhoofd kregen voor het slapengaan wanneer ze bij hun meme en pepe aan de Paddenvijverstraat nr. 40 op vrijdagavond logeerden, samen als kleinkind en grootouder naar de avondmarkten in Moorsel trekken of naar het zwembad, de daguitstapjes en het spelen in het bos achter de tuin: het staat voor altijd in hun hart en geest gegrift. ‘’Jouw bende samen houden,’ voegde één van hen eraan toe ‘was het doel waarvoor jij leefde.’ Als een dergelijke grootmoeder dan ziek en hulpbehoevend wordt en op een bepaald ogenblik nog nauwelijks kan spreken, worden kinderen en kleinkinderen, en op de allereerste plaats haar echtgenoot, erg onmachtig en stil. Precies daarom bieden we Benoni, de kinderen en klein-kinderen van Albertine ons oprecht medeleven aan bij de droefheid die hun hart tijdens de voorbije maartse buien trof en hopen ze dat ze de komende paasdagen ook echt een stuk houvast mogen ontdekken in de boodschap dat Jezus de dood heeft gedood en dat wie Hem is gevolgd op Zijn weg naar Jeruzalem voor eeuwig inwoner zal mogen worden van Zijn liefdesrijk. Na de liturgische plechtigheid in de kerk, vorige vrijdag om 10.00 uur, werd het lichaam van Albertine overgebracht naar het crematorium in Lochristi zodat de stoffelijke resten zaterdagvoormiddag in intieme familiekring kon worden bijgezet op de serene begraafplaats van Moorsel. Het feit dat Benoni en Albertine - die ondertussen toch al 63 jaar elkaars man en vrouw waren – op de grens met Moorsel wonen, maakte dat ze ook veel afiniteit hebben met dit Faluintjesdorp en zijn bewoners. Moge Albertine die er overal graag bij was en ook zeer graag een kaartje legde nu voor alle komende tijden delen in het Pasen van Jezus, haar hemelse koning en Heer. Laten we haar biddend gedenken, terugdenkend aan een vrouw die te midden van haar lijden zelden of nooit klaagde. Hoe haar wederhelft net voor het ‘Ten paradijze’ naar de kist van zijn betreurde vrouw toeging en als 86-jarige knielde uit eerbetoon voor zijn afgestorven wederhelft zal ons nog vele jaren voor de geest staan! Laten we ons deze paasdagen in gebed verbonden weten met Benoni en zijn nakomelingen.

 

Deze voormiddag, na wat de weerman de koudste nacht van deze winter noemde, kwamen we naar onze kerk van Mijlbeek afgezakt om te bidden voor de vrouw die vorige donderdag in het woon- en zorgcentrum ‘Mijlbeke’ overleed en uiteindelijk 87 jaren verzamelde: Philomene, zeg maar Meintje De Wulf. Deze moeder van maar liefst elf kinderen woonde weliswaar het overgrote deel van haar leven in onze stad, maar werd in een totaal andere streek in ons mooie Vlaanderen geboren, in het grensstadje Menen, ruim 80 kilometer van Aalst verwijderd. In de streek van Menen trokken de ouders van Meintje rond in een woonwagen… tot op de dag dat een zekere Constant Steghers uit Eeklo haar in het vizier had gekregen en haar ook letterlijk - met de fiets dan nog! – ging kapen om in Brugge met haar te huwen. Stantje en Meintje kwamen uiteindelijk in onze stad terecht en vestigden zich aan de Langestraat nr. 105. Het echtpaar verdiende zijn boterham met onder andere de hoppluk en de deur-aan-deurverkoop van elastiek, knopen, toespelden en aanverwante spullen. Een leven van hard werken dus, maar Meintje en haar echtgenoot waren er niet minder gelukkig om. Elke dag stonden er bij het gezin Steghers - De Wulf warme patatjes op tafel en kwam er een onverwachte gast opdagen, dan zou Meintje met grote vanzelfsprekendheid haar eigen bord aan die mens aangeboden hebben. Haar dochter Linda en zoon Adriaan typeren hun moeder als een vrouw die graag lachte, maar tegelijk ook heel gastvrij en gul was. Hop plukken kon ze als geen ander en zovele jaren later had Meintje onafgebroken enkele hopperanken in huis. Tien jaar terug stelden dokters vast dat deze moeder en meme de symptomen van de ziekte van Alzheimer vertoonde, maar haar Stantje haalde alles uit de kast om Meintje in haar vertrouwde omgeving te laten verblijven en te begeleiden, zo goed en zo kwaad mogelijk. Tot hij in de zomer van 2016 zelf ernstig ziek werd en daags voor onze nationale feestdag overleed. Zelfs in zijn laatste levensdagen bleef Stantje bezorgd om zijn Meintje. Die kon – gelukkig nog - nog voor haar man werd begraven terecht in het woon- en zorgcentrum ‘Mijlbeke’ waar ze op zondag 18 februari de ziekenzalving ontving, omringd door een aanzienlijk aantal van haar kinderen en kleinkinderen. Toen was het reeds overduidelijk dat het liedje van deze vrouw die zo zelf zo graag had gezongen, stilaan maar zeker was uitgezongen. Meintje overleed in de eerste uren van donderdag 22 februari. Eén van haar zonen bracht bij de aanvang van de uitvaartliturgie de urne met de stoffelijke resten van deze sterke vrouw vanuit de rouwkapel tot voor het altaar, gevolgd door twee van haar andere zonen die haar foto en een bloemenkrans droegen. Een mooi en vertederend beeld. In herinnering aan dit Meintje dat tot in haar laatste levensdagen haar Weesgegroet kon bidden, hebben de aanwezigen in de uitvaartliturgie deze middag op hun beurt voor deze merkwaardige vrouw gebeden. En uiteraard voor haar geliefde wederhelft die ze nu in de dood vervoegde. Moge deze moeder van zeven zonen en vier dochters met nog een broer en zus in leven, nu ten hemel opgenomen worden, net als Maria Wier hemelvaart wij op 15 augustus vieren, de dag waarop Meintje werd geboren en dus jarige was. We bieden Jaak, Laura, Julien, Ernest, Linda, Rudy, Adriaan, Lieve, Livien, Conny en Jean-Pierre onze innige deelneming in hun gevoelens van pijn en gemis aan en bidden samen met hen dat Meintje voor eeuwig en altijd moge delen in de vredige geborgenheid van haar Heer. De kinderen en kleinkinderen nodigen ons allen uit om hun betreurde moeder biddend te gedenken op zondag 18 maart wanneer er in onze kerk om 11 uur een zogenaamde ‘namis’ plaats heeft. Na de viering kregen de stoffelijke resten van deze moeder en meme onder een zachtblauwe hemel maar bij een ijskoude temperatuur een laatste rustplaats toebedeeld in de familiegrafkelder op onze begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan. Gedenken wij Meintje met liefde en met hoop op Gods eeuwige leven.

 

Amper 58 jaar oud werd ze… Monique Alloo, de moeder van Kristof, Raoul en Tufan die op carnavalsmaandag 12 februari om twintig over elf ’s avonds overleed. Ondanks haar verzwakte gezondheid had ze er lange tijd op gehoopt om de carnavalstoet live te kunnen meemaken, maar uiteindelijk werd het haar duidelijk dat ook dit niet meer zo lukken. Toch was ze blij en dankbaar om de muts die ze van haar collega’s van de groep kreeg. Monique was de dochter van Werner Alloo en Emilienne Verpeten. We droegen haar vader vier jaar terug totaal onverwacht in de nieuwjaarsmaand ten grave, eveneens in de kerk van Mijlbeek. Monique kwam ook uit een kroostijk gezin met haar drie zussen en twee broers, naast haar reeds overleden broer Alfons en zus Sabrina. Haar echtgenoot Raoul De Wuffel overleed bijna dertig jaar terug toen Monique haar tweede kindje verwachtte. Om maar te zeggen dat deze wel koppige maar tegelijk ook erg vrijgevige vrouw haar deel van de menselijke onmacht en het menselijke lijden heeft gekend en moeten doorstaan in dit leven. Twee jaar terug werd Monique ernstig ziek en de laatste acht maanden van haar levensreis heeft ze werkelijk veel geleden. Toch zei ze in het ziekenhuis zelf dat het om tranen van geluk ging toen ze enkele weken terug – zelf opgenomen in het ziekenhuis - haar pasgeboren kleinzoontje Di Angelo ging begroeten. Het hart van Monique, ondertussen grootmoeder van vijf, ging ook werkelijk open wanneer ze kinderen zag en ontmoette. Monique die 59 jaar terug op een carnavalsmaandag werd geboren (ze zou vandaag 21 februari 59 worden) overleed dus ook op carnavalsmaandag, in het Aalsterse Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis waar ze enkele weken eerder was opgenomen. We gedenken het leven, lijden en sterven van deze fier, graag mooi geklede vrouw, met eerbied en piëteit en hopen dat ze nu mag delen in de oneindige vreugde van de Heer en precies dat geloof ook haar drie zonen, haar zussen en broers, haar verwanten en geliefden, moge begeleiden doorheen de nacht van hun eenzaamheid en rouw. De tijd kunnen we niet terugdraaien - zoals Cher zong in één van de lievelingsliedjes van deze vrouw – we kunnen enkel bidden – zoals haar zoon Raoul het in zijn zelf gecomponeerde en geschreven lied uitdrukte. Maar dat geloof en die hoop kan hen wel het nodige vertrouwen schenken om hun levensweg verder te zetten in dankbare herinnering aan hun moeder die ze omringden op het ogenblik dat ze voor het laatst haar ogen sloot en op de Aalsterse Grote Markt en het Vredeplein een waar volksfeest aan de gang was.
Moge Monique, die haast dagelijks een bezoek aan het graf van haar betreurde echtgenoot bracht en heel regelmatig haar familietoer op de centrale begraafplaats van onze stad maakte, nu voor altijd delen in het Pasen van de Heer. Nadat we vorige maandag met aardig wat aanwezigen voor Monique de uitvaartliturgie hadden gevierd, brachten we haar stoffelijke resten naar de voor deze vrouw zo vertrouwde plek aan de Leo de Béthunelaan. Laten we onderweg naar Pasen hoopvol voor Monique en haar nabestaanden bidden.

 

Net voor het carnavalsgeweld in onze Ajuinenstad losbrak, had onze parochiemeenschap nog drie uitvaarten te verteren. De eerste van die drie had vrijdag plaats in onze Mijlbeekkerk waarin het door een niet meteen op te lossen probleem met de verwarmingsinstallatie zo koud was dat men de adem van de aanwezigen tussen de pilaren zag opstijgen. Vrijdag kwamen we samen om Maurice Van Tittelboom uitgeleide te doen. Hij werd op 14 oktober 1943 in het bescheiden Letterhoutem bij Sint-Lievens-Houtem geboren maar groeide enkele jaren later reeds in Brussel op. Maurice werd truckchauffeur, en niet zomaar, enkel om zijn boterham te verdienen, maar in hart en nieren. Geen wonder dat op zijn bidprentje zijn beeltenis onderdeel is van een foto van zijn rode vrachtwagen waarop hij zo fier was. Zijn vrouw Jeanine Jooris leerde als weduwe Maurice kennen en bekent openlijk dat deze man haar eigenlijk doorheen de rouw om haar overleden echtgenoot heeft geloodst. Tot haar eigen verbazing – nog altijd volgens deze dame! - huwde Jeanine met Maurice en dat heeft haar nog verscheidene mooie en aangename jaren opgeleverd. Ze vergezelde immers na verloop van tijd haar wederhelft tijdens zijn lange verplaatsingen naar alle uithoeken van Europa. ‘Samen hebben we mooie steden en dingen gezien,’ zegt ze ontroerd door het relatief plotse heengaan van haar wederhelft. Toen het echtpaar tijdens de voorbije herfst in Duitsland met vakantie was, werd Maurice zo ziek – hij kon gewoon niet meer bewegen – dat hij in allerijl naar Aalst werd overgebracht waar men in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis tot het besluit kwam dat hij terminaal ziek, helemaal ingenomen door de gevreesde ziekte, was. Op 14 oktober werd Maurice 74 en dat zou  zijn laatste verjaardag worden. Tijdens de jaarwisseling was de man die zeven maanden terug overgrootvader werd wel enkele dagen beter, maar eens 2018 goed en wel was ingezet, werd duidelijk dat Maurice uit dit leven zou wegrijden, de dood tegemoet. Overwinteren in Spanje zoals Jeanine en Maurice de laatste jaren gewoon waren te doen, zat er deze keer dus helemaal niet meer in. Integendeel: Jeanine zal voortaan haar levensreis zonder de tast- en hoorbare aanwezigheid van haar vertrouwde wederhelft moeten verder zetten. Niet eenvoudig want ze waren steeds samen. Onder een lichte sneeuwregen en met een snijdende wind in het gezicht kwamen we omstreeks 15.15 uur op onze centrale begraafplaats samen om de stoffelijke resten van deze fiere camioneur bij te zetten op het urnepark. Het was te midden van die winterse aanblik hartverwarmend om te zien dat enkele mensen die om 10.00 uur omwille van hun werk niet aanwezig konden zijn in de uitvaartliturgie er toch op dit moment bij wilden zijn om hun buurman en makker te eren.  ‘Hij was een bovenbeste buur die heel genereus zijn materiaal ter beschikking stelde,’ vertelde zijn buurman Christophe. Hopelijk zullen deze mensen voor wat menselijke warmte en nabijheid kunnen zorgen in de tijd van rouw en gemis die nu voor Jeanine is aangebroken. Gelukkig heeft ze nog een tweelingzus Jacqueline die zelf weet wat het betekent om weduwe te worden. Onze gedachten en gebeden gaan bij de aanvang van deze veertigdagentijd niet alleen uit naar hen maar ook naar Diane, Ruddy en Orry, de dochter, schoonzoon en kleinzoon van Maurice die deze dagen eveneens een stuk verweesd achterblijven. Moge Maurice die zovele kilometers op de Europese wegen heeft afgelegd en bij één van zijn ongevallen op het nippertje aan de dood ontsnapte, nu delen in het eeuwige leven van Jezus die ‘de weg, de waarheid en het leven’ is. Moge deze man nu reeds, bij de aanvang van deze veertigdagentijd, delen in het pasen van de Heer.

 

Zaterdagmorgen kwamen we in onze kerk van Mijlbeek samen om ons medeleven te betuigen aan Gina, Michel en Pascal Potestia die ons hadden uitgenodigd om tijdens de uitvaartliturgie voor hun mama Hilda Bauters voor haar tot God te bidden. Hilda groeide op in een kroostrijk gezin dat meer dan een dozijn kinderen telde en was de jongste van de meisjes. Vorig jaar vierden we in de meimaand nog de uitvaartliturgie voor haar zus Jeannine in onze Sint-Paulus en Onze-Lieve-Vrouw ter Rozenkerk. Na haar huwelijk met een mijnwerkerszoon wier voorouders op Sicilië woonden, ging Hilda niet zo ver van de Tulpstraat – waar haar ouderlijke huis stond - vandaan wonen, meer bepaald op de hoek van de Heilig Hartlaan en de Geldhofstraat, waar ze samen met haar echtgenoot een garage en benzinestation runde. Haar bedroefde kinderen omschrijven hun mama als een fiere vrouw die graag mooi voor de dag kwam, enorm graag met mensen babbelde en zich het best in haar vel voelde onder zogenaamd ‘gewone’ mensen. Zelfs toen ze ziek was, deed Hilda zich graag beter voor dan ze in werkelijkheid was en verborg ze de ongemakken zo goed als ze kon. En wat ziek-zijn betekende, heeft ze toch aan den lijve ervaren, want ze was amper 42 toen bij haar de eerste nierproblemen opdoken. Drie jaar terug werden die steeds intenser en omvangrijker zodat Hilda de laatste twee jaren van haar leven ook aan de dialyse was. Iets wat van haar maar ook van haar kinderen heel veel aanpassing en inspanningen vergde. Maar precies tussen haar lotgenoten kwam de optimistische, positieve levensingesteldheid van deze vrouw nog het sterkst tot uiting. Gelukkig werd Hilda door haar kinderen heel warm omringd en opgevangen en mocht ze de voorbije twee jaren bij haar oudste zoon Michel aan de Jozef Borremanstraat inwonen. Een intense tijd die de kinderen ook de komende periode van rouw en gemis zal troosten met het eerlijke besef dat ze voor hun moeder hebben gedaan wat ook maar in hun menselijke mogelijkheden lag. Ruim drie weken terug kwam Hilda in het ziekenhuis terecht, deed er twee keer een hartstilstand die uiteindelijk zo veel van haar verzwakte lichaam eisten dat ze op de eerste februaridag overleed. ‘Moge ons mama nu de rust hebben gevonden die ze na al haar lijden heeft verdiend,’ hoopt haar zoon Michel met tranen in de ogen. We delen uiteraard in zijn hoop en durven zelfs gewagen van eeuwig leven voor Hilda die er steeds op stond om een kruisje te dragen en iedere avond een Weesgegroet bad. Het lied ‘Citylights’ waarmee Blanche vorig jaar op het Eurosongfestival ons land vertegenwoordigde, lag Hilda zo nauw aan het hart dat haar dochter Gina voorstelde om het te beluisteren tijdens de uitvaartliturgie. Wat de jonge Brusselse zangeres daarin zingt, kan eigenlijk ook als een gebed worden beschouwd wanneer ze hardop vraagt: ‘Neem jij me bij de hand in deze duistere stad?’ We hopen en bidden dat God Hilda inderdaad bij de hand neemt en haar geleid naar Zijn stad van hemelse vrede, Zijn eeuwige Jeruzalem. Na de liturgische plechtigheid werden de stoffelijke resten van deze 73-jarige betreurde moeder en schoonmoeder, grootmoeder en zus, bijgezet op het urneperk van de begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan. Laten we Hilda biddend gedenken.

 

Vorige zaterdag namen we even voor het middaguur biddend en bedroefd afscheid van iemand die op relatief jonge leeftijd, en na enkele jaren van echte strijd tegen de gevreesde ziekte, uit dit leven heenging: Willy Van Cauter, tot voor drie jaar slager aan de Langestraat, ‘schiëfrechtoever’ de druk bezochte grot van Mijlbeek. Deze mens groeide op in Wieze tot zijn vader in 1961 de slagerij begon die Willy uiteindelijk meer dan dertig jaren zou runnen. Een slagerij waarin naast zijn vrouw Carine ook hun kinderen Tommy en Kelly werden betrokken. ‘Ons vader kon best streng zijn,’ getuigde zijn dochter Kelly in haar welkomstwoord, ‘maar eens grootvader vielen alle remmen bij pepe Willy weg en deed hij op zondagochtend niets liever dan met de kleinzonen Qwinten en Arne naar het nabijgelegen park rondom het woon- en zorgcentrum ‘Mijlbeke’ en een café in de buurt trekken. Willy was iemand die graag zijn gedacht ten uitvoer bracht en er ook niet voor terugschrikte om zijn mening tegen de betrokken partij te zeggen. Deze eerlijkheid leverde hem niettemin ook heel veel vrienden op. Vrienden die hem niet enkel tijdens zijn ziekteproces trouw bleven bezoeken maar ook ontroerd deelnamen aan de uitvaartliturgie waarop trouwens een zeer groot aantal mensen aanwezig waren. Het wordt dus een harde dobber voor zijn vrouw Carine die na die verscheidene jaren van strijd tegen de ziekte nu ook de eenzaamheid moet weten te overwinnen. Hopelijk zullen de vijf kleinkinderen waar Willy zo dol op was – een foto van hen siert trouwens de deurbel aan de Grotstraat nr. 9 – ongeweten en onbewust voor troost en menselijke warmte zorgen. Die kleinkinderen hadden trouwens op het einde van de viering ook een persoonlijk woordje voor hun pepe beschikbaar, neergeschreven op een houten hartje dat misschien ooit nog in de winkel dienst had gedaan in de Valentijnsperiode, wie weet? Net voor de afscheidsgebeden luisterden we naar het lied ‘Fly’ gezongen door Celine Dion. Al gaat loslaten – de voorwaarde om te kunnen vliegen – uiteraard nooit vanzelf, we hopen en bidden dat Willy ondertussen thuisgekomen mag zijn bij de Heer en dat Sint-Pieter voor hem de deuren van Gods hemelse liefde wagenwijd open heeft gezet. Iets wat Willy met de dood voor ogen vaker ter sprake bracht en waarin hij innig geloofde. Zelf heeft hij immers tot voor vijf jaar iedere ochtend het hek aan onze Lourdesgrot aan de Langestraat opengemaakt. Moge Willy nu reeds, ofschoon voor ons de weg van het geloof tijdens de komende veertigdagentijd nog moet beginnen, ten volle en voor eeuwig delen in Jezus’ Pasen en mocht dat geloof voor zijn vrouw en kinderen, maar ook voor de schoonkinderen Riet en Gunther en de kleinkinderen die het ziekteproces van nabij hebben gevolgd, een bron van gelovige troost en doorzettingsvermogen zijn. Willy overleed – volgens zijn uitdrukkelijke verlangen – in zijn eigen vertrouwde woonkamer met zicht op ‘Tuur’, het tuinbeeld dat hij onlangs nog kocht, en dat in de late voormiddag van dinsdag 6 februari, feestdag van de heilige Amandus van Elnone, naar wie zovele kerken in onze Denderstreek zijn genoemd.

 

Onze kortste maand van het jaar is nog maar net begonnen en toch vallen er binnen onze geloofsgemeenschap reeds enkele mensen te betreuren. Vorige vrijdag, op het mooie feest van Maria Lichtmis – officieel ‘Opdracht van de Heer’ –, verzamelden we in de kerk van Mijlbeek om liefdevol afscheid te nemen van iemand die op 15 januari haar 95ste levensjaar had beëindigd en op relatief korte tijd uit dit leven was heengegaan: Rosa Coppens, geboren en getogen aan de Langestraat en in wezen echt verknocht met ‘Meilebeek’. Rosa wier vader als bruggewachter bij de ijzeren weg werkte en ten gevolge van een treinongeval overleed toen ze nog vrij jong was, huwde met Frans Van Moerenhout en was als kajotser in hart en nieren verliefd op de figuur en de boodschap van Jozef Cardijn die haar jeugd mee vorming heeft gegeven. Zelf toen ze zelf moeder van zes kinderen was (Hilde, Herman, Marie-Rose, Dirk, Marc en Geert) stuurde ze haar oudste dochter toch mee op weekend met de kajotsters eerder dan haar thuis te houden en in te schakelen bij het huishoudelijke werk. Rosa genoot van de waardering die Cardijn jonge arbeidersmensen bijbracht en voorhield en later in haar leven bleek meermaals dat het jammer was dat deze vrouw door het smartelijke overlijden van haar vader nooit de kans had gekregen om verder te studeren. Rosa was een vriendin van gewezen staatssecretaris Paula Van Opdenbosch en schrok er tijdens één of andere lezing niet voor terug om tegen politici haar mening te zeggen en met hen in discussie te treden. Toen ze een huis aangeboden kreeg op de heilig Hartwijk betekende de overgang van het ene gedeelte van onze stad naar het andere voor haar een hele mentale onderneming waar ze niet meteen voor te vinden was. Toch zou ze zich, onder andere via de plaatselijke KAV, na verloop van tijd goed weten te integreren onder de mensen van het heilig Hart. Toch haar negentigste bleef Rosa, ondertussen reeds jaren weduwe, thuis maar éénmaal plaats genomen op ‘tram 9‘ kondigde zich ook de tijd aan om in een woon- en zorgcentrum onderdak te zoeken. Dat vond in woon- en zorgcentrum ‘Sint-Job’ op de linkeroever waar ze dus nog ruim vijf jaar verbleef. Karolien en Tom, twee kleinkinderen, omschreven hun grootmoeder als een schitterende bewaarder van al hun geheimen en als een vrouw die over alles kon meepraten en jong van geest was. Monique Verpeten, iemand die ruim zestig jaar met Rosa was bevriend, liet zich net voor de aanvang van de uitvaartliturgie ontvallen: ‘Niet te geloven wat voor een goed mens Rosa was.’ Ook haar bieden we onze christelijke deelneming aan want ze moest vorige vrijdag uitgerekend op haar eigen verjaardag toch een levenslange vriendin loslaten. We hopen en bidden dat de kinderen en kleinkinderen van deze vrouw die ooit uit kledingszaak Corso aan de Moorselbaan met de autobus naar het heilig Hart terugkeerde en onderweg merkte dat ze haar orginele rok in het pashokje had laten hangen, ons medeleven en ons gebed aan. We delen in hun dankbaarheid omdat ze zo lang hebben mogen genieten van hun moeder en grootmoeder maar bieden hen ook onze ondersteunende schouder aan wetend dat een mens ook pijn en verdriet kan hebben om een hoogbejaarde voorouder die heengaat. Onder een milde middagzon die licht bracht op deze Lichtmisdag hebben we Rosa te rusten gelegd op de centrale begraafplaats van onze stad. Moge Rosa ondertussen thuisgekomen zijn in de vaderlijke vrede van God.

 

Vorige zaterdag namen we in onze onderkoelde kerk (de verwarming was maar niet aan de praat te krijgen) voor de tweede dag op rij afscheid van een hoogbejaarde moeder en grootmoeder in de figuur van Mariette Cornand, sinds een drietal jaren weduwe van Paul Van Der Eecken. Mariette werd geboren aan de Binnenstraat en daar woonde ze ook tot haar echtgenoot op Lichtmis 2015 overleed. Kort nadien besloot deze moeder van zes kinderen zelf om naar woon- en zorgcentrum ‘Denderrust’ in Herdersem te trekken.  In haar mooi en evenwichtig openingswoord omschreef haar tweede dochter Lieve Mariette als een vrouw die wel eens scherp uit de hoek kon komen maar op de eerste plaats een echte moederkloek was bij wie velen op adem konden komen en die steeds voor iedereen een plekje aan haar tafel beschikbaar had. Iedereen was altijd welkom, liefdadigheidsinstellingen konden steeds op haar steun en sponsoring rekenen en het feit dat er ook heel wat gewezen scouts in de uitvaartliturgie present gaven, verraadt tovh ook de dankbaarheid van de vorige generaties welpen en co om de thuis die ze steeds bij de ouders van Peter Van Der Eecken aantroffen. Mariette kende ook de pijn van het afgeven want ze verloor haar oudste zoon Gilbert en daarnaast ook nog haar kleindochter Evelien. Niettemin bleef ze de biddende vrouw, zich steeds richtend tot de God van onze Heer Jezus Christus. Een val net voor Kerstmis en net na Nieuwjaar maakte deze bijna negentiger ernstig zwakker en bij dit alles liep ze bovendien ook nog een hersenschudding op. Sindsdien werd het duidelijk dat Mariette heel waarschijnlijk haar 90ste verjaardag op 13 mei niet meer zou halen. En dat werd ook pijnlijke realiteit toen ze op vrijdag 26 januari van haar omvangrijk nageslacht afscheid nam. Vier dagen minder dan precies drie jaar nadat we op 7 februari 2015 haar echtgenoot uitgeleide deden in de kerk van Mijlbeek was het de beurt aan de moe en de meter die nog hard zal worden gemist door haar kinderen Marie-Thérèse, Lieve, Herman, Peter en Veronique, haar schoon- en kleinkinderen en achterkleinkinderen. We nodigen hen dan ook uit om hun gevoelens van weemoed en verdriet, maar ook van fierheid en dankbaarheid om te vormen tot één groot gebed, gericht tot God. Alleen Hij kan het biddende leven van deze vrouw nu onderdompelen in Zijn eeuwige leven en Mariette voor alle komende tijden laten delen in Zijn hemelse vrede. Moge Mariette, wier stoffelijke resten na de viering werden uitgestrooid op de begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan, nu voor eeuwig delen in het warme licht van Gods vrede.

 

Op de tweede zaterdag van deze nieuwjaarsmaand hadden de eerste twee uitvaartplechtigheden binnen onze kerk van Mijlbeek plaats: reeds een half uur op voorhand verzamelden zich vorige zaterdag vrienden en bekenden van Edy Uyttersprot op het verkeersvrije plein voor de kerk ook al begon de uitvaartliturgie maar om 10.00 uur. Edy was dus blijkbaar goed bekend op Mijlbeek en zeker onder zijn dorpsgenoten, de mensen van Moorsel. Op 29 oktober 1949 kwam hij in de huidige deelgemeente van Aalst ter wereld en ook al woonde hij nu reeds jaren aan de Langestraat nr. 236, zijn hart bleef aan dit dorp gehecht en het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat hij daar ook wou worden begraven, na de liturgische plechtigheid. Enkele dagen voor Allerheiligen 2010 overleed zijn geliefde vrouw Jeannine Jansegers die slechts 58 werd en toen reeds leed de gewezen meester-metser reeds aan de ziekte van Parkinson. ‘Mijn ouders waren een goed koppel’ getuigt de jongste van de twee zonen. ‘En al hadden wij het thuis niet te breed, we hebben nooit iets tekort gehad.’ Hij voegt er in adem ook aan toe dat zijn vader zaliger gedachtenis een harde werker was die iedereen die hij ook maar kon helpen van dienst zou zijn geweest. ‘Hij was rechtvaardig en trouw, kon met iedereen overweg en haatte ruzie maken als geen ander. Hij was fier op zijn werk en hij heeft nooit van de omstandigheden geprofiteerd,’ besluit Yves. 13 jaar terug doken bij Edy dus de eerste symptomen van de ziekte van Parkinson op en ook al was hij zo fier en zelfstandig dat hij haast nooit zelden om hulp zou hebben gevraagd, soms leverde dat echt pijnlijke situaties op. Maar Edy was lange tijd nog te jong om ondergebracht te worden in een verzorgingsinstelling. Vanaf zijn 65ste kon hij dan inderdaad terecht in het woon- en zorgcentrum ‘Sint-Job’ waar men voor hem deed wat men kon. Maar de laatste maanden lag Edy steevast in foetushouding en opende hij nog amper zijn ogen. De fervente Eendracht Oilsjt en Standard Luik supporter bleef echte helder van geest. Tot op ‘Driekoningenavond’, vrijdag 5 januari, het licht van Gods eeuwige aanwezigheid zijn donkere lijdenshemel doorbrak en Edy naar Zijn Schepper en Heer geleidde. Zijn heengaan doet zijn twee zonen Wim en Yves en enige kleinzoon Lenny - die omwille van zijn studies in Frankrijk jammer genoeg op de uitvaart niet aanwezig kon zijn - uiteraard pijn. Tegelijkertijd zijn ze ergens ook blij en opgelucht vanuit het besef dat hun vader en grootvader nu tenminste uit zijn onmacht en lijden is verlost. Na de viering kreeg het stoffelijke overschot van Edy zaterdagmiddag een laatste rustplaats op de verzorgde en overzichtelijke begraafplaats van Moorsel waar zijn vrouw sinds de vierde novemberdag van het jaar 2010 rust. Moge de ster van Gods menslievendheid deze duivenmelker laten delen in Gods overhoopte geborgenheid en trouw. We wensen Wim en Yves, kleinzoon Lenny in Frankrijk die via een berichtje zijn pepe zijn grote held noemde, zijn broers Jan en Frans en andere nabestaanden van deze 68-jarige man, alvast heel veel gelovige steun en troost toe.

 

De tweede uitvaart in onze Mijlbeekkerk was van iemand die dichter bij de kerk van Sint-Paulus en Onze-Lieve-Vrouw ter Rozen woont, maar regelmatig in het dienstencentrum Maretak kwam middagmalen met haar echtgenoot: Godelieve Van Durm, geboren op Sint-Job maar sinds jaar en dag woonachtig aan de Draaiersstraat nr. 23, samen met haar echtgenoot Paul Van Pottelberg en hun dochter Gina. In zijn herinneringstekst schetste haar oudste kleinzoon Arno een treffend beeld van wie Godelieve is geweest en hoe innig ze van haar twee kleinkinderen – ook de vijf jaar jongere Michiel – hield. ‘Mijn naam en geboortedatum,’ vertelde Arno, ‘waren de eerste gegevens die mijn oma 15 jaar terug opschreef nadat ze uit een coma ontwaakte. Haar huis hangt dan ook vol met foto’s van haar twee kleinzonen, ondertussen 22 en 17 jaar oud. Daarnaast was ze ook een fiere vrouw die wekelijks naar de kapper ging en heel graag met haar man Paul naar de Spaanse zon met vakantie trok. Daarenboven was ze iemand die eerlijk haar mening zou hebben gezegd en je zou het hebben geweten wanneer je geen gelijk had. Ook van daguitstapjes met vriendinnen naar één op ander optreden van een Vlaamse zanger, steevast ook in het gezelschap van Paul en met de autobus, hield ze als geen ander.’ De laatste jaren ging het echter opnieuw minder goed met deze vrouw. Gelukkig volgde haar echtgenoot haar van op de eerste rij en deed hij voor haar wat in zijn menselijke mogelijkheden lag, ook al zit hij reeds zelf op de spreekwoordelijke ‘tram 8’. Al mag de dood van Godelieve zowel voor haar als voor haar wederhelft Paul, haar dochter Gina die met haar zo’n diepgaande gesprekken kon hebben en wel eens samen met haar moeder op boodschap trok, haar schoonzoon Christiaan en kleinkinderen Arno en Michiel, als een bevrijding uit de onmacht en de hulpbehoevendheid worden ervaren, toch hoeft het geen betoog dat deze vrouw in het gezin en de familie, ook door haar broer, zal worden gemist. Precies daarom wensen we hen heel veel sterkte toe en bieden we hen onze oprechte christelijke verbondenheid in paasgeloof en gebed aan. Mocht Godelieve in het uur van haar dood – de betekenis van haar voornaam indachtig – inderdaad hebben ervaren dat God haar lief heeft en moge de ster van Bethlehem - het Kind Jezus in de kribbe – de duisternis van de dood doorbreken voor deze 78-jarige vrouw die op 19 juli 1940 werd geboren en op Driekoningen, 6 januari, stierf. Paul, Gina en Christiaan, Arno en Michiel: we dragen jullie oma mee in ons gebed.

 

In de namiddag van maandag 18 december, precies een week dus voor Kerstmis, overleed Cirila Hocevar in het woon- en zorgcentrum ‘Onze-Lieve-Vrouw ten Rozen’ aan de Rozendreef. Haar familienaam laat meteen vermoeden dat ze geen ‘geboeren Oilsjnes’ was, maar inderdaad uit het Oosten kwam, meer bepaald uit Slovenië waar ze in Bucka – zo’n 1300 kilometer van Aalst vandaan – werd geboren. Als kind kwam ze met haar vader die naar Nederland uitweek mee en dan was Vlaanderen natuurlijk al veel dichterbij. In Aalst terechtgekomen, huwde ze met een man die ze tot in het uur van haar eigen dood echt graag zag en sinds de dag van zijn overlijden in 1985 blijvend miste: Gustaaf Van Cauter, afkomstig uit de Hoveniersstraat, die als technische leraar aan het Vrij Technisch Instituut was verbonden. Dat maakte ook dat Cirila zich helemaal aan de opvoeding van hun kinderen kon wijden. Ze kregen twee jongens – Guido en Iwein - en twee meisjes, maar beiden stierven jammer genoeg ofwel op het einde van de zwangerschap of op jonge leeftijd. Om maar te zeggen dat het levenspad van deze vrouw ook niet altijd over rozen liep. Maar Cirila haalde zonder enige twijfel veel kracht en doorzettingsvermogen uit haar christelijke geloof, haar Godsvertrouwen. Zou ze – geboren op de feestdag van de heilige Cyrilus en Methodius, geloofsverkondigers onder de Slavische volkeren en net als Benedictus van Nurcia uitgeroepen tot patronen van Europa, dat wil zeggen op 14 februari – niet de naam van één van deze heiligen hebben gekregen zodat haar verjaardag én naamdag op dezelfde dag konden worden gevierd? Cirila kwam graag in de kerk van Mijlbeek, haar kerk, en ontzag zich niet de moeite om op haar gezegende leeftijd van in de Doornstraat waar ze woonde, naar onze parochiekerk af te zakken. Sommige parochianen zullen zich nog wel herinneren dat Cirila regelmatig vrij vooraan in de kerk zat met een bloedrode mantel aan. En dat ze nadien ook samen met enkele parochianen een aperitiefje ging drinken in “’t Apostelken”, kwestie dat de dag des Heren helemaal was geheiligd. Cirila hield ook ontzettend veel van bloemen en planten en belde je tevergeefs aan haar deurbel aan, dan trof je haar heel vaak in haar tuin aan, misschien wel eens op blote voeten. Snoeien, zaaien en planten, de grond omspitten: niets weerhield haar ervan om er voluit tegen aan te gaan. De foto die haar bidprentje – voorzien van een tekst geschreven door haar jongste zoon – siert, is dan ook niets anders dan een close-up van een foto die Iwein op een onbewaakt ogenblik van zijn actieve moeder nam. Cirila, die haar schoonvader ook thuis heeft verzorgd, moest echter haar eigen vertrouwde biotoop verlaten toen ze iets minder dan anderhalf jaar terug niet enkel fysiek maar ook mentaal in de problemen kwam. Gelukkig genoot ze in het woon- en zorgcentrum een gedegen begeleiding en kwamen vertegenwoordigers van Samana regelmatig bij haar langs. Tot Cirila – die ooit in onze kerk het Onze Vader in haar moedertaal voorbad – halverwege de decembermaand verzwakte en in enkele dagen tijd zachtjes als een kaars uitging. Moge de gelovige Cirila worden beloond voor haar levenslange trouw tegenover God en haar moederlijke zorg voor haar beide zonen. Mocht ze - uit deze aardse tijd weggegleden - ondertussen zijn thuisgekomen in Gods eeuwige vrede. We bieden haar nabestaanden onze christelijke deelneming in hun rouw aan, samen met de stille verzekering van ons gebed voor hun moeder en grootmoeder en voor hen zelf. Op de zogenaamde kortste dag van het jaar, donderdag 21 december, brachten we Cirila’s laatste wens ten uitvoer door het vieren van de uitvaartliturgie in onze kerk van Mijlbeek, nadien gevolgd door de bijzetting van haar stoffelijke resten in het columbarium op de linkerhelft van onze centrale begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan. Om het in haar moedertaal te zeggen: ‘Lieve Cirila, rust in vrede.’ ‘Draga Cirilka, poctek v miru.’ In bijlage nog een foto uit de legendarische oude doos: Cirila werd op haar 93ste verjaardag extra in de bloemmetjes gezet na onze eucharistieviering. Als we ons niet vergissen was dat ook de allerlaatste keer dat ze in levende lijve in onze kerk aanwezig was.

 

Op de openingsdag van deze decembermaand, de feestdag van de heilige Eligius van Noyon - in de volksmond vaak ‘Sint-Elooi’ genoemd - vierden we in onze parochiekerk de uitvaartiturgie voor Maria Louisa De Vylder die aanstaande vrijdag 95 jaar oud zou zijn geworden.  ‘Zou zijn…’ want haar levensreis liep een kleine twee weken terug ten einde op donderdag 23 november.  ‘Marie-Louise’ zoals de buren haar kenden of ‘Tante Wiske’ zoals haar doopkind Linda en nichtje Juliette haar vaak noemden, werd op 8 december 1922 aan de Volksverheffingsstraat geboren en toen gaf de huisarts dit meisje geen lange levensverwachting mee.  De kleine, tengere baby werd in een schoendoos onder de kachel gezet… en met schitterend resultaat want Marie-Louise speelde de verwachtingen van ‘menier den doktoor’ uit haar kindertijd meer dan glans in de vergeethoek.  Niet dat ze altijd een ijzersterke gezondheid heeft gehad, dat niet.  Maar eens te meer werd bewezen dat krakende wielen nog wel eens onverwacht langer kunnen meegaan dan verhoopt.  Marie Louise huwde met een lieve man, Eugeen Hymans, een kerel die steeds voor zijn vrouw paraat stond en haar waarlijk vertroetelde.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Marie-Louise dan weer haar man moeten verstoppen voor de Duitse bezetter, wat beslist een zeer stresserende tijd voor beiden moet zijn geweest.  Maar het lukte.  Het echtpaar dat aan de Guido Gezellestraat nr. 60 woonde, bleef echter doorheen de jaren kinderloos.  Het verdriet om hun doodgeboren kindje bleef bij Marie Louise uiteindelijk op de achtergrond heel haar verdere leven nazinderen.  Maar ze genoot een goede opvang en begeleiding van haar doopkind Linda die haar haast wekelijks vanuit Halle kwam bezoeken en haar nichtje Juliette die samen met hun wederhelften Jean-Pierre en Eddy mee zorg droegen voor deze hoogbejaarde vrouw.  En van de buren kreeg deze vrouw al evenzeer veel hulp en tederheid aangeboden.  Iedere dag opnieuw stonden Katleen, Veerle en Anne klaar om het leven van Marie-Louise aangenaam en comfortabel te houden.  Daarnaast was Marie-Louise ook erg gesteld op Sofie en de andere mensen van het Gezinszorgteam van Familiehulp.  Dat alles maakte dat de vrouw die graag zelf de touwtjes van het leven in handen hield, tot net voor haar opname in het nabijgelegen ziekenhuis thuis kon blijven en niet naar een woon-zorgcentrum moest verhuizen.  De dood van haar lieve man - dixit haar doopkind Linda – dompelde Marie-Louise onder in een donkere periode van rouw en gemis en zeker in haar laatste levensjaren dierf Wiske zich wel eens hardop afvragen of het nog allemaal hoefde.  Hoe dan ook… Marie-Louise werd op veertien dagen na 95 en dat kan toch tellen.  Niettemin wensen we haar nichtjes en hun wederhelften en het kleine aantal verwanten dat deze vrouw nog bezat onze christelijke hoop toe bij het afscheid van hun tante en bloedverwant.  Na de uitvaartliturgie werden de stoffelijke resten van Marie Louise – volgens haar laatste wilsbeschikking - uitgestrooid op de strooiweide van de centrale begraafplaats van onze stad waarvan die eerste decembermiddag een stukje sneeuwvrij was gemaakt.  Moge de Heer van alle leven naar deze vrouw toekomen en haar eeuwig bewaren in Zijn hemelse vrede.

 

Voorbijrijdende chauffeurs is het vanuit hun auto’s misschien niet altijd opgevallen maar gisterenochtend, dinsdag 5 december, stonden er warempel twee lijkwagens voor het kerkportaal van onze Mijlbeekkerk.  Niet omdat er twee uitvaarten na elkaar plaats vonden, wat meer dan één keer gebeurt, maar omdat twee mensen, man en vrouw, samen ten grave werden gedragen.  Volgens ‘kenners’ was het ruim dertig jaar geleden dat dit nog in Onze-Lieve-Vrouw Bijstandkerk had plaatsgevonden.  Toen op zaterdag 2 mei 1987 de nabijgelegen bloemenveiling ‘Flora’ afbrandde, ging had op dat ogenblik immers de uitvaart van juffrrouw Virginie die ooit in de school aan de Langestraat lesgaf en haar moeder door.  Dat was een uitvaart van een hoogbejaarde moeder en haar dochter maar gisteren, op Sinterklaasavond, betrof het dus een echtpaar dat aan de Ouden Dendermondsesteenweg nr. 163 woonde: Laurent Van Belle en Wivina Heymans.  Beiden overleden op de palliatieve afdeling van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis te Asse met een verschil van amper drie dagen.  De 88-jarige Laurent stierf op woensdag 29 november en de vrouw waarmee hij 64 jaar was gehuwd op zaterdag 2 december.  Laurent werd geboren te Itterbeek, zijn vrouw in Welle.  Iets meer dan dertig jaar lang baatten ze een lucratieve slagerij uit aan de Scherreveldstraat in de schaduw van de watertoren.  Eind de jaren tachtig gingen ze met pensioen, lieten de zaak aan hun zoon Danny over en gingen ze het wat kalmer aandoen.  Beiden hielden enorm van een partijtje petanque.  Daarnaast vond Laurent best zijn draai in zijn moestuin en tussen zijn zelf gekweekte groenten, terwijl Wivine wekelijks ging zwemmen soms gevolgd door ook een potje kaartspel.  Toen enkele dagen voor Allerheiligen Wivine in het ziekenhuis terecht kwam en het medische verdict ook aan de oren van haar echtgenoot kwam, sloeg dat bij hem in als een bom en precies het feit dat haar man verzwakte liep dan weer bij Wivine met alle levensvreugde en levenskracht weg.  Toen ze haar drie kinderen Micheline, Danny en Sigrid de schikkingen omtrent de uitvaart van hun vader hoorde vertellen, besloot deze 86-jarige vrouw en grootmoeder: ‘En voor mij hetzelfde…’  En dat is het ook geworden toen de gezondheidstoestand van Wivine dermate verzwakte dat ze in de namiddag van 2 december ook overleed en haar nabestaanden en de uitvaartondernemer alles in het werk hebben gesteld om dit echtpaar samen uitgeleide te doen, op de dag die enkele dagen eerder al voor Laurent was vastgesteld.  Wat sommige mensen wel eens zeggen - ‘Wie eerst gaat is de gelukkigste, een koppel zou samen moeten kunnen sterven’ - werd nu werkelijkheid voor dit echtpaar dat hun jongste zoon Wim zag sterven in 1992, amper 27 jaar oud.  De stoffelijke overschotten van deze man en vrouw werden dan ook in de grafkelder bijgezet die voor deze drie mensen was voorzien.  Vader en moeder wisten dus al jaren waar ze hun laatste rustplaats zouden krijgen, maar niet dat het graf nog slechts één keer én voor hen beiden zou worden opengemaakt.  De roze rozen waar Laurent zo gek op was omdat ze volgens hem de beste reuk verspreiden, vertaalden de liefde en de dankbaarheid van de drie kinderen en schoonkinderen, de kleinkinderen en achterkleinkinderen voor wie het natuurlijk niet niets is om in drie dagen tijd van hun beide ouder- en grootouderfiguren afscheid te moeten nemen.  Ook al weten ze bij nader toezien dat voor Wivine een leven zonder haar wederhelft geen leven meer was.  Moge Laurent en Wivine - die beiden toch een respectabele leeftijd mochten bereiken - nu ook samen delen in Gods vrede die nooit meer overgaat.  Laten we dit echtpaar en hun rouwende nabestaanden biddend gedenken nu de feestmaand stilaan maar zeker op gang komt.

 

Een mens zou er spotaan durven van uitgaan dat er op een maandag maar zelden een uitvaartliturgie plaats heeft.  En toch… de voorbije zes, zeven weken gingen vier van de vijf uitvaarten in onze kerk uitgerekend op de eerste dag van de werkweek door.  En – even opvallend – steeds betrof het een vrouw.  Na Maria Schutijser, Elise Schollaert en Julienne Meersman, kwamen we vorige maandag in onze parochiekerk van Mijlbeek samen om te bidden voor Mariette Van Mol, weduwe van Alfred Van Bemten, 92 jaar oud geworden op 21 april van dit jaar.  Mariette - die officieel ‘Marietta’ heette – overleed in rusthuis ‘Kasteelhof’ te Appels waar ze sinds een drietal jaren verbleef.  Deze vrouw werd geboren aan de Langestraat en bracht het overgrote deel van haar leven dus in de buurt van ‘het Beukenhof’ door, werd moeder van Agnes en grootmoeder van Christel.  Ze werkte jaren in een kleine atelier aan de Groenstraat en toen ze op haar zestigste plots werkloos werd, liet ze de koorde helemaal niet los maar zocht ze meteen ander werk… en vond dat ook in een kousenfabriek in de buurt van ons stadspark.  Niets liever dat Mariette deed dan op reis gaan, deelnemen aan reisjes ingericht door pastoor Van Hauwermeiren zaliger gedachtenis of de plaatselijke Davidsfondsafdeling.  En dan werd er natuurlijk gelachen en plezier gemaakt zodat Mariette er nog lang kon van nagenieten.  Acht jaar terug overleed haar man en rond die periode nam Mariette haar intrek in een rustoord nadat een val haar in het ziekenhuis had gebracht en ze niet langer bij haar enige dochter kon inwonen.  Bovendien doken in die periode ook al de eerste symptomen van dementie op.  En in de laatste periode van haar uitgebreid leven, zat deze dame - die best wist wat ze wou - ook meer en meer aan haar bed gekluisterd.  Vorige week dinsdag, 14 november, kwam er dan een einde aan haar levensreis.  We wensen haar dochter en kleindochter en de weinige verwanten die Mariette in het uur van haar dood achterliet het gelovige vertrouwen toe dat deze vrouw na haar lange levensreis nu ook mocht thuiskomen bij God, de koning van ons leven.  Dat is ook ons gebed nu we Mariette vorige maandag biddend hebben uitgewuifd en haar nadien aan de aarde van haar geboortestad hebben toevertrouwd op de grootste begraafplaats die onze stad rijk is.  Rust in Gods vrede, beste Mariette.

 

‘Ik zou zo veel over jou willen vertellen,’ getuigde één van haar beide kleindochters,’ maar weet eigenlijk niet waarmee te beginnen.’  Eén zinnetje maar uit het afscheidswoord dat Anouk tot haar grootmoeder Julienne Meersman richtte bij de aanvang van de uitvaartiturgie, vorige maandag 13 november.  Eén week eerder - op 6 november - was deze 86-jarige vrouw die voorheen aan de Lambrechtsstraat woonde immers bezweken aan de derde hersenbloeding die ze in haar leven opliep.  Julienne groeide op aan de Binnenstraat en woonde in het laatste decennium van haar leven nog acht jaren boven de bakkerij van haar dochter Ingrid en schoonzoon Frans aan de Gentsestraat maar verbleef nu in het woon- en zorgcentrum ‘De Hopperank’ te Erembodegem.  En daar dierf deze optimistisch ingestelde vrouw nog ambiance brengen, zeker op de tonen van de liedjes van de Romeo’s.  Enkele jaren terug woonde ze immers nog een optreden van deze drie Adonissen bij in de Florahallen hier te Aalst.  Niet dat het haar altijd voor de wind ging, want haar echtgenoot Hilaire Roelandt was maar liefst zeventien jaar ziek geweest toen hij in 1995 overleed, amper 66 jaar oud.  Toch kon Julienne nadien de knop omdraaien en met volle teugen genieten van een bezoekje van de kleinkinderen of een uistapje met hen.  Het grote verdriet van haar beide dochters Annie en Ingrid, de twee kleindochters Anouk en Tiffany, vindt dan ook ongetwijfeld zijn oorpsrong in het feit dat ze een geweldige moeder, ‘oma’ en ‘meme’ hebben gehad voor wie nooit iets te veel was.  De balletjes in tomatensaus of de tomatensoep die ze deze dagen zo prijzen in hun herinneringen aan oma Julienne hebben natuurlijk hun geweldige smaak te danken aan het feit dat Julienne hen zo veel geborgenheid en liefde heeft geboden.  ‘Een droom van een moeder,’ hoor je hen dan fluisterend en stamelend zeggen…  Terwijl er op zondag 5 november nog niets aan de hand was, liep Julienne in de nacht van maandag 6 november voor de derde keer een hersenbloeding op, gecombineerd met een maagbloeding en dan alles heeft blijkbaar zo veel krachten van deze vrouw geëist dat ze na Allerheiligen 2017 als tweede binnen onze geloofsgemeenschap van Mijlbeek ten grave werd gedragen.  Moge Julienne die soms lichtjes dement was, maar altijd heel erg content nu voor alle komende tijden delen in de geborgenheid en de hemelse vreugde van de verrezen Heer.  Na de uitvaartliturgie werd haar lichaam bijgezet in de grafkelder waarin ook haar echtgenoot rust, zodat dit echtpaar na 22 jaar opnieuw met elkaar verenigd werd in het graf.  Mochten ze elkaar nu ook terugvinden in de eeuwige liefde van God.  We bieden Annie en Ingrid, haar schoonzonen Jean-Pierre en Frans, haar kleinkinderen Anouk en Tiffany, Filip de wederhelft van Anouk, ons christelijke medeleven aan bij de pijn dat dit afscheid van hun oma en meme voor hen met zich meebrengt.  Laten we stilstaand bij het kruisje dat rechts achteraan in onze kerk tot Allerzielen 2018 als tweede in de rij ophangt ook bidden voor deze betreurde vrouw.

 

Algemene consternatie toen in de loop van maandag 23 oktober zich onder de kerktoren van Mijlbeek het bericht verspreidde dat Elise Schollaert die meer dan dertig jaar het ‘Broodhuisje’ aan de Moorselbaan open hield, die zelfde dag was overleden.  Elise die amper 64 was geworden op dinsdag 5 juni, Pinkstermaandag van dit jaar, maar blijkbaar al geruime tijd ziek was.  Twee jaar terug ergens in de maand maart deed deze energieke vrouw haar typische roodwitte gordijntjes van haar sympathiek winkeltje voor het laatst dicht met de boodschap dat ze naar de Sint-Annaparochie zouden verhuizen, maar uiteindelijk bleven Elise en haar echtgenoot Joost in hetzelfde huis aan de Moorselbaan nr. 163 wonen en werd de handelszaak ondertussen aangepast en heringericht.  Elise hield van de basketbalsport en trok op zaterdagavond vrij regelmatig met haar man naar ‘den Okapi’ om er van deze sport te genieten.  Ook hun twee zonen Tim en Piet speelden ooit als jonge gasten bij deze club in onze stad.  Toen twee en een half jaar terug de altijd fiere en piekfijn geklede Elise haar beroepsbezigheden stil legde, zal ze zonder twijfel ook gehoopt hebben om meer tijd en aandacht te kunnen schenken aan haar kleinkinderen.  Maar helaas…  De jongste en de zesde in de rij, Emiel, werd vier maanden terug geboren.  De grotere kleinkinderen hadden echter een tekening voor hun oma gemaakt en die sierden dan ook de kist van Elise die na de uitvaartliturgie een graf toebedeeld kreeg achteraan rechts op de ruime centrale begraafplaats van onze stad, tegen de witgekalkte muur.  Mocht ze daar in vrede rusten.  Moge Elise delen in Gods geborgenheid samen met haar geliefden die haar voorgingen in de dood.  Moge Hij die in het evangelie ‘het Levende Brood uit de hemel neergedaald’ wordt genoemd Elise laten delen in Zijn eeuwige leven en haar rouwende echtgenoot Joost en de twee zonen Tim en Piet en hun gezinsleden voeden met de kracht van Zijn hemelse liefde, elke dag opnieuw.  Het herinneringkruisje van Elise kon dus maar een korte tijd ophangen achteraan rechts in onze parochiekerk.  Elise was daarmee de 28ste in de rij en één van de jongste mensen van wie we het afgelopen jaar in de kerk van Mijlbeek afscheid namen.  Laten we blijvend bidden voor deze vrouw in wier huis zovele foto’s hangen uit vervlogen tijden op de wijk Mijlbeek: dat Elise zelf vanuit Gods liefde blijvend aanwezig moge blijven onder ons.

 

De eerste uitvaart na Allerheiligen en Allerzielen op onze parochie van Aalst-rechteroever had dit jaar plaats in de kerk van Mijlbeek.  Op vrijdag 27 oktober, net voor de middag, overleed immers in woon- en zorgcentrum ‘de Hopperank’ een vrouw die voorheen jaren aan de Slotstraat heeft gewoond: Magdalena ‘Leentje’ Bonner, nog maar sinds 8 juni weduwe van Simon Van Extergem.  Zij had op 22 maart, bij de aanvang van de lente, haar 89ste verjaardag gevierd.  ‘Madeleine’ zoals ze in de buurt wel eens werd genoemd was op en top van Mijlbeek want haar wieg stond aan de Keienberg waar ze samen met haar broer en zus Jenny - die maar liefst 11 jaar jonger is - opgroeide.  Zelf werd Magdalena vijf keer moeder en kreeg ze drie jongens en twee meisjes, elkaar telkens afwisselend in geslacht: Denis, Maria, Georges, Rosa en Herman.  Met heel veel toewijding heeft Magdalena deze kinderen opgevoed en tot in haar laatste levensdagen een echt warme thuis aangeboden.  Altijd dacht deze vrouw eerst aan haar kinderen en pas dan aan zichzelf.  Zelfs wanneer ze in het rustoord bezoek kreeg kon ze zeggen: ‘Waarom kom je hier uwen schone tijd verdoen, geniet van jullie kleinkinderen…’ terwijl ze er schijnbaar niet aan dacht dat haar kinderen maar al te graag bij haar langs kwamen.  Maar uiteindelijk dierf ze dan ook op het einde van zo’n zelfde bezoek toch vragen: ‘Toe blijf nog een beetje…’  Het bracht de familie op het idee om bij de aanvang van de uitvaart het liedje ‘Stay a while’ te beluisteren.  Was ook dat niet de vraag van de bedroefde Emmaüsgangers aan de Heer: ‘Blijf bij ons?’  En al wist hun hart dat hun geliefde meme onder hen niet aanwezig kon blijven, toch kwamen er tranen in de ogen van de nakomelingen van Leentje toen ze vertelden hoe hun moeder voor elk van de vijf kinderen een eigen kleur had voorzien wat hun textiel betrof en hoe ze voor ieder van hen ook een plakbloek had gemaakt met een overzicht van hun voorouders en bloedverwanten.  Als geen ander was deze vrouw immers geboeid door wat verwanten van haar in hun leven hadden gerealiseerd of meegemaakt.  Toen echter haar man Simon overleed, knakte er een belangrijke tak af in het hart van ‘Mijn Leen’ zoals deze man haar met liefde dierf noemen.  Met zijn dood op 8 juni leek het er op dat ook Magdalena voor een voelbaar stuk was gestorven.  Het leven werd voor Leentje dag na dag meer een opgave dan een gave en toen ze begin oktober een verlamming opliep was dat voor haar ook het begin van het einde.  De tisjenstikter van weleer kreeg overal pijn zodat de verpleging na verloop van tijd ook besloot om haar zo weinig mogelijk aan te raken.  Geraakt door het grote voorbeeld van hun moeder, én vader, moesten de kinderen en verwanten Van Extergem dus voor de tweede keer in nog geen vijf maanden tijd van een ouder en voorouder, een zus en schoonzus, een tante, afscheid nemen.  We leven van harte met hen mee en hopen dat de uitvaartliturgie vorige zaterdag 4 november hen ook troost en kracht heeft verleend.  Tegen het middaguur brachten we het lichaam van Magdalena naar de begraafplaats deze eerste novemberdagen herschapen in een kleurrijk bloementapijt. Het was treffend om in de rouwstoet van Leentje ook de kinderkoets te zien waarin haar achterkleindochtertje Nora lag, of hoe het leven de dood achtervolgt.  Moge Magdalena, genoemd naar de eerste getuige van Jezus’ verrijzenis nu ook door de verrezen Heer bij haar naam worden genoemd en weggeroepen uit de tuin van de dood om voor altijd te delen in Gods paradijslijke vrede.  We gedenken deze vrouw met grote en passende piëteit.

 

 

Soms worden mensen op een maandag in onze kerk uitgeleide gedaan, zoals dat bijvoorbeeld bij Maria Schutyser uit de Borreput nr. 14 het geval was.  En dan was het ondertussen al liefst tien weken geleden dat er in de kerk van Mijlbeek nog een uitvaartliturgie had plaatsgehad.  Maria kwam op 17 september 1935 in onze stad ter wereld en overleed dag op dag één maand na haar 82ste verjaardag.  ‘Totaal versleten…’ weet haar oudste dochter Sonja.
‘Mama is niet gestorven omdat ze ziek was, maar omdat haar lichaam op was…’  Maria huwde met Roger Daelman die reeds jaren terug overleed en hertrouwde later met Kosmas Tsourlos die ondertussen ook reeds uit dit leven is verdwenen.  Net voor het afscheidsgebed op de begraafplaats schetste Tom Maria als een gezellige oma bij wie de kleinkinderen graag langskwamen en naar wie ze ook geboeid konden luisteren wanneer ze vertelde over hoe het vroeger was.  Ze zullen duidelijk – zoals hij zelf zei – met een lach en een traan aan hun ‘meter’ (want alle kleinkinderen noemde haar ‘meter’, ook zij van wie ze geen doopmeter was…) terugdenken want hoe lief ze ook kon zijn, Maria had ook haar principes waar ze stevig aan vasthield.  En daar zou je deze kattenliefhebster niet meteen van af hebben gebracht!  De vrouw die uitgerekend op haar 82ste verjaardag naar het ziekenhuis werd gebracht, kwam dus uiteindelijk niet in een ziekenhuis terecht en misschien vormt dat voor haar twee dochters Sonja en Jacqueline een stille bron van troost wetende dat hun moeder daar echt niet naar uitkeek en dat de overstap naar een woon- en zorgcentrum ook een verhuis naar de Brusselse rand zou hebben betekend.  Moge Maria ondertussen een onderkomen hebben gevonden in het huis van de Vader, in Gods hemelse liefde, waarin ruitme is voor velen.  Laat dat onze vraag zijn naar God toe bij het afscheid van deze vrouw die tijdens haar laatste levensjaren ook heel veel ondersteuning heeft genoten van haar buren Johnny en Martine.  Tegen het middaguur van maandag 23 oktober werd het afgestorven lichaam van Maria bijgezet in de familiegrafkelder op de centrale begraafplaats van onze Ajuinenstad waar deze vrouw in vrede moge rusten.  We wensen haar kinderen en kleinkinderen in deze laatste oktoberdagen - nu de dood wat zichtbaarder in beeld gaat komen en Allerheiligen en Allerzielen voor de deur staan - alvast veel troost en christelijke verrijzenishoop toe.  Laten we Maria biddend gedenken.

 

Op zaterdag 12 augustus, openingsdag van het laatste verlengde weekend van de zomer, haddden er in onze kerk van Mijlbeek twee uitvaarten plaats.  Tegen de klok van tien uur kwamen de vrienden en bekenden van de kinderen en kleinkinderen van Isabelle Van Audenhove naar onze kerk afgezakt om hun medeleven aan te bieden bij het heengaan van deze 95-jarige vrouw uit de Brakelstraat nr. 77.  Isabelle kwam op 20 september 1921 in onze hoofdstad ter wereld en zou haar geboortestad een leven lang ook diep in haar hart dragen.  Isabelle was de oudste van acht kinderen en als meisje werd ze – zeker in die tijd – al heel snel ingeschakeld in het huishouden en de opvoeding van haar zes broertjes en zusje.  Op haar veertiende was elke vorm van onderwijs voor haar dan ook gedaan en mocht Isabelle richting fabriek trekken om haar gezin financieel te helpen ondersteunen.  Van haar bomma die kokkin was bij de Brusselse burgerij leerde ze heel veel kookkunstjes en dat betekende dat Isabelle kon koken als de beste.  Ook voor confituur en vlaaien kon je bij haar terecht.  Na haar moeilijke kindertijd huwde ze met Frans Verstraeten en werd moeder van drie zonen, al werd de jongste wel verscheidene jaren later dan de twee andere geboren.  In en doorheen Felix, Maurits en Jean-Paul en hun wederhelften Juliana, Brigitte - die jammer genoeg reeds is overleden – en Caroline werd ze ook acht keer grootmoeder.  Isabelle wordt door haar jongste zoon omschreven als iemand die oh zo graag buitenhuis was.  Tot zo lang haar fysiek dat toeliet, sprong Isabelle op haar fiets richting stadcentrum en tot voor enkele maanden ging ze op vrijdagmiddag steevast met haar schoondochter Caroline een dagschotel eten in het voormalige Wienerhaus aan het Esplanadeplein.  Maar de grootste vreugde viel Isabelle toch ten deel toen ze vorig jaar in het gezelschap van haar jongste zoon en zijn vrouw haar geliefde Brussel nog eens kon bezoeken en in een rolstoel werd rondgereden in de wijk van de Marollen waar ze ooit opgroeide.  Wat kon ze toen vertellen over wie waar woonde en welk handelshuis waar was gevestigd.  Isabelle kon trouwens smakelijk vertellen onder andere ook over de Tweede Wereldoorlog die ze natuurlijk ook had meegemaakt.  Het is ondertussen duidelijk dat deze vrouw op uitzonderlijke wijze een dagje ouder werd.  Uiteindelijk zou het haar lichaam zijn dat zou begeven, want haar geest werkte tot op het einde heel accuraat.  Halverwege de meimaand, daags nadat ze met Ziekenzorg Sint-Paulus een halve dag uitstap naar Geraardsbergen had gedaan, zakte Isabelle als het ware in elkaar en kwam ze in het ziekenhuis en later ook op kortverblijf in een verzorgingsinstelling terecht.  Tijdens haar zogenaamde kortverblijf in woon- en zorgcentrum ‘Denderrust’ te Herdersem ging ze bij het ochtendgloren van zondag 6 augustus, feest van Jezus’ gedaanteverandering, uit dit leven heen.  We delen in de dankbaarheid van haar kinderen en kleinkinderen om de aangename wijze waarop deze vrouw die niets liever dan thuis weg was een meer dan gezegende leeftijd mocht bereiken, maar uiteraard ook in de leegte en het gemis dat het overlijden van Isabelle in hun hart veroorzaakt.  Moge God deze vrouw, net als Maria, ten hemel opnemen en voor eeuwig in Zijn armen sluiten.  Na de liturgische viering werden de stoffelijke resten van Isabelle bijgezet op het urnenperk van onze centrale begraafplaats.

 

Tijdens de uitvaarliturgie die op zaterdag 12 augustus om 12.00 uur van start ging, schetsten zijn kleinkinderen een uitgebreed beeld van Alain Van Langenhove, de man uit de Moorselbaan nr. 250 die op zondag 6 augustus op de palliatieve afdeling ‘Charon’ van het ASZ overleed, nog geen twee weken na zijn 80ste verjaardag.  Ze lieten daarin de herinnering oplichten aan een opa en pepè die hen graag plaagde maar van wie ze ook wisten wat ze aan hem hadden, een grootvader die meer dan vijftien jaar terug kanker kreeg maar die liefst zo weinig mogelijk mensen daarmee lastig viel.  Een opa die in hun kindertijd als een taxi fungeerde en die ook altijd voor hen paraat stond.  De man die na het overlijden van zijn geliefde echtgenote Jacqueline Van de Meerssche, deze tijd van het jaar precies zeven jaar terug, zo goed en zo kwaad mogelijk zelfstandig zijn leven verderzette.  Alain was ooit beroepsmatig als werfleider actief.  ‘Men hoorde hem van verre komen,’ vertelt zijn zoon, ‘maar uiteindelijk sprong iedereen voor hem.’  Eén van zijn gewezen medewerkers kwam hem trouwens op de palliatieve afdeling elke dag bezoeken.’  Alain, afkomstig uit de Dokter De Moorstraat, zal ook in het geheugen bewaard blijven als de grootvader en de man die eigenlijk nooit boos te krijgen was.  Op 19 juli werd hij noodgedwongen opgenomen in het ziekenhuis omdat hij met hevige koorts had af te rekenen, nog amper eetlust had en zijn nieren niet langer optimaal functioneerden.  Toch wou hij nog deelnemen aan allerlei medische testen en proeven, optimistisch ingesteld als hij was, wou hij de moed niet opgeven, tot hij uiteindelijk voelde dat het huis van zijn lichaam weldra zou worden afgebroken en het uur van sterven naderbij kwam.  De opa die altijd voor een grapje te vinden was, kreeg na de uitvaartliturgie een plekje in de familiegrafkelder op onze centrale begraafplaats.  Moge de levende God Alain nu niet verweesd achterlaten in de dood maar ten hemel opnemen, net zoals Hij met Maria heeft gedaan.  We bieden zijn vier kinderen Yves, Dirk, Carole en Serge, hun wederhelften Sonja, Patricia, Edwig en Queenie, en de kleinkinderen die hun opa onder andere als speelvogel en klankbord zullen missen, ons christelijke medeleven en ons gebed aan.  Laten we bij de aanvang van de tweede helft van deze oogstmaand voor deze mens bidden.  Mooi tijdens de uitvaart was dat het typische, bruine hoedje waarmee Alain op het bidprentje staat afgebeeld, ook zijn kist sierde.

 

We bidden voor Anaïse Alice De Busschere die op maandag 10 juli totaal onverwacht overleed in het woon- en zorgcentrum ‘Mijlbeke’ waar ze ondertussen ruim negen jaar verbleef.  Deze vrouw zag op 10 februari 1933 het levenslicht in de mooiste stad die ons land kent: Brugge.  De liefde en haar huwelijk brachten haar echter naar ons ‘iënig Oilsjt’ maar jammer genoeg was Anaïse nog maar 45 toen haar echtgenoot reeds stierf.  Enkele jaren later leerde ze Alfred Meert uit Herdersem kennen zodat ze ondertussen al 37,5 jaar als levensgezellen onderweg waren.  Een hele tijd toch?  Twee en een half jaar geleden vond ook ‘Fred’ of ‘Freddy‘ een definitief onderkomen in dezelfde verzorgingsinstelling.  Al leed Anaïse ruim lange tijd aan de ziekte van Alzheimer en babbelde ze de dag voordien nog ronduit, toch ging ze heel onverwacht uit dit leven heen in de nacht van maandag 10 juli, gewoon in haar slaap.  De dochter van een legerarts die ooit in Oostende werkte, werd dus 84 jaar oud.  Haar levensgezel bekent ons: ‘Ik ga deze keer niet naar het verjaardagsfeestje van de bewoners van ons rustoord.  Ik kan voor het ogenblik immers geen muziek horen…’  Een begrijpelijke reactie van iemand die een geliefde in de dood verliest, zonder ook maar directe voorbereiding of aanleiding, ook al zou hij ooit op dezelfde, snelle wijze uit dit leven willen heengaan als het ogenblik van de dood dichterbij gekomen is.  Daarom wensen we Fred heel veel Godsvertrouwen en hoop op eeuwig leven toe te midden van zijn verdriet en zijn mooie herinneringen.  Moge Anaïse ondertussen delen in de erfenis van alle heiligen en een onderkomen hebben gevonden in het hemelse Jeruzalem.  Daarvoor bidden we verbonden met Fred die voorstelde om de stoffelijke resten van Anaïse een plek te schenken in het columbarium op de begraafplaats van Herdersem waar ook haar moeder haar laatste rustplaats kreeg.

 

Aan haar voordeur aan de Moorselbaan nr. 502 hangt de boodschap: ‘Leef als een vlinder: neem af en toe wat rust maar vergeet echter nooit om te vliegen…’  Is er een tekst die meer van toepassing is op het leven en de inzet van Veronique Lievens als deze?  Ruim twintig jaar terug kreeg deze vrouw de eerste symtomen te verwerken van kortademigheid en allergie en anderhalve maand voor dat ze met pensioen zou gaan, één maand en zes dagen voor ze 60 jaar oud zou worden, hebben haar zieke longen ertoe geleid dat ze op de Franse nationale feestdag haar laatste adem uitblies.  Veronique is samen met haar broers Patrick en Chris en zus Gonda een kind van Jozef en Hilda Lievens – Goeman en was ondertussen veertig jaar gehuwd met Albert Van de Winkel, gewaardeerd lid van de koninklijke Toneelgilde ‘Hoger op’.  Samen kregen ze ‘twee prachtige dochters’ – om het met de woorden van Veronique enkele dagen voor haar dood te zeggen – in de figuren van Liesbeth en Kathleen.  Veronique was een zorgzame moeder, erg begaan met haar kinderen, haar ouders, haar gehandicapte broer maar ook met de mensen, ‘haar mensen’ zoals ze die beroepsmatig via de organisatie ‘Familiehulp’ tegenkwam.  Het waren haar mensen en ze deinste er dan ook nooit voor terug om wanneer dat nodig was een weekendshift voor haar rekening te nemen.  Tot ze die ochtend naar haar werk vertrok maar enkele ogenblikken later terug aan de achterdeur stond ‘omdat het niet ging’, in die mate zelfs dat Veronique zich liet ontvallen dat ze graag zou sterven.  Haar echtgenoot bracht haar in allerijl naar het Algemeen Stedelijke Ziekenhuis waar ze de beste zorgen kreeg toegediend en enkele dagen later opnieuw werd ontslagen.  Veronique voelde zich enige tijd zo goed dat ze zelfs op driedaagse met de toneelgilde meekon naar Saint-Omer, een pinksteruitstap waar ze zichtbaar heeft van genoten en die Albert zelfs de hoop schonk dat alle leed opnieuw was vergeten.  Maar niets minder leek waar…  Veronique verzwakte opnieuw, belandde opnieuw in het Algemeen Stedelijke Ziekenhuis waar ze uiteindelijk kunstmatig werd beademd en in leven gehouden.  De vrouw die zo verzot was op orchideeën en wanneer er eentje toch vroegtijdig de geest gaf zich liet ontvallen ‘Ik heb jullie nochtans goed verzorgd…’ ging in de late namiddag van vrijdag 14 juli uit dit leven heen.  Albert, Liesbeth en Kathleen, Jozef en Hilda, de dichte verwanten van Veronique blijven uiteraard verweesd en ontroostbaar achter.  Hoe graag had Veronique, die zo’n vertrouwen in Onze-Lieve-Vrouw had, haar kleinzoontje Remco in de lente van volgend jaar niet zijn eerste communie zien doen?  We hopen dat de vele vrienden, buren en bekenden, ook de verwanten van de mensen die Veronique ooit via ‘Familiehulp’ heeft verzorgd, die aanwezig waren in de uitvaartliturgie op zaterdag 22 juli om 10.00 uur wat troost en geborgenheid konden bieden voor wie Veronique in het uur van haar dood ongewild achterliet.  Al kunnen we niet voelen wat Albert, zijn kinderen, schoonzus en schoonbroers, zijn schoonouders, voelen en delen we hun vragen omtrent het waarom van dit vroege afscheid van een goede vrouw, toch willen we hen ons diep christelijke medeleven aanbieden.  Een medeleven waarin ook de hoop en het vertrouwen naar voren komt dat God noch Veronique, noch Albert en de nabestaanden van deze vrouw, moederziel alleen achterlaat in de dood en in hun gevoelens van rouw en onmacht.  Moge de Heer Veronique nu eeuwige rust schenken na de soms erg bange momenten die ze heeft meegemaakt maar haar ook als een vlinder, een engel, alle ruimte geven in het paradijs, de tuin van Zijn eeuwige liefde.  Wie Veronique wil groeten op haar laatste rustplaats kan dat op de begraafplaats van Moorsel waar de urne met haar stoffelijke resten werd bijgezet in het columbarium.  Moge Onze-Lieve-Vrouw voor Veronique - ‘Nikske’ zoals Albert haar noemt - ten beste spreken waar dat nog nodig is.

 

Vorige zaterdag, 17 juni 2017 – een datum waarin twee keer hetzelfde getal opduikt – namen in onze kerk de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van Simon Van Extergem afscheid van hun vader, grootvader en ‘kleine pepe’ zoals Julie aan haar juf Wendy van de Vrije School te Herdersem had verteld.  Simon woonde tot voor een tweetal jaren aan de Slotstraat samen met zijn vrouw Magdalena Bonner – vaak kortweg ‘Leentje’ genoemd.  Alhoewel hij in Dendermonde werd geboren en zij in Aalst, legde dit echtpaar een weg van 66 jaar huwelijksleven af.  Bewonderenswaardig toch!  Zeker als de kinderen die ondertussen zelf al grootouder zijn kunnen vertellen en getuigen dat hun huis ook een ‘thuis’ was, een plaats waar ze steevast welkom waren.  En zo gebeurde het dat ze tijdens de voorbije jaren met meer dan dertig man in het huis van hun stamvader en stammoeder samen Nieuwjaar vierden.  Simon moet een bijzonderhandige kerel zijn geweest.  Hij kon schilderen op doek, maakte pentekeningen en was zelfs niet bang om bij de geboorte van elk kleinkind een klein kunstwerk in hout te vervaardigen, een moeder-en-kind-figuur met de naam en de geboortedatum van zijn nakomeling.  Hij hielp als van nature bij de bouw of verbouwingen die zijn kinderen en kleinkinderen op stapel zetten en niet eventjes maar van de eerste tot de laatste man.  ‘Ons vader had een enorm, onuitputtelijk geduld,’ vertelt zijn oudste zoon Denis met een verdrietig hart.  ‘Wanneer iets na tien pogingen niet lukte, was ons vader niet bang om er een elfde keer voor te gaan.’  Misschien was het wel die unieke gedrevenheid die hem algemene bekendheid gaf bij het personeel van ‘Nestor Martin’, de fabrikant van kachels die enkele decennia terug in Vlaanderen een algemene bekendheid genoot.  Toch moest Simon erkennen dat de jaren kunnen wegen op de fysieke mogelijkheden van een mens.  ‘Niet te geloven dat ik vroeger alles kon en nu niets,‘ zou hij de laatste tijd meermaals herhalen.  Zelf de rolstoel duwend waarin zijn vrouw Leentje had plaatsgenomen, reed Simon in november 2014 het vernieuwde woon- en zorgcentrum ‘de hopperank’ binnen.  Als eerste van beiden zou hij uit dit leven heen gaan, en dat in de ochtend van vrijdag 9 juni.  Mooi in het levensverhaal van deze vader en grootvader is dat hij zich als het ware niet door zijn eigen kroost liet inpakken maar ook aandacht had voor mensen met andere mogelijkheden en beperkingen.  Voor de bewoners van ‘Levensvreugde’ bijvoorbeeld, voor wie Simon jaren op rij wandeltochten in de Oostenrijkse of Zwitserse bergen organiseerde.  Hij leerde hen hoe je zo’n tocht moet aanpakken en indelen en wist ook veel over de bloemen en planten die er onderweg waren te zien.  Daarom stelde onze akoliet Rudolf Coppens spontaan voor om aan de uitvaartliturgie zijn medewerking te verlenen.  Rudolf ging trouwens de verzwakte Simon ook regelmatig bezoeken.  Vader en grootvader Simon werd door zijn nakomelingen op handen gedragen en hun verdriet om het heengaan van hun 90-jarige voorvader zit dan ook diep.  En dan weten dat deze mens op jonge leeftijd zelf zijn vader in het krijgsgevangenschap verloor.  We wensen Leentje en de kinderen Denis, Maria, Georges, Rosa en Herman dan ook heel veel gelovige troost en hoop toe wanneer het gemis van hun vader hen te machtig wordt en hopen dat de vele, mooie herinneringen - bijvoorbeeld aan een pappa die voor zijn kinderen ‘beestjes’ op de vloertegels van hun stadstuintje tekende - toch een dankbare glimlach weten tevoorschijn te toveren te midden van hun tranen van gemis.  De stoffelijke resten van Simon, die naar ons huidig aanvoelen voor zijn tijd toch een bijzonder moderne voornaam meekreeg, werden na de liturgische viering in onze parochiekerk bijgezet op het urneperk van onze centrale begraafplaats.  Moge Simon nu ondervinden hoe goed de Heer is en verborgen in God ten volle delen in Zijn verrijzeniskracht.  Laten we zijn naam noemen in ons persoonlijke en gemeenschappelijke gebed, maar ook bij het vieren van de eucharistie op zondagochtend.

 

Op de openingsdag van deze heilig Hart- en rozenmaand droegen we Nicolaas Alfons Mattheus uit de Drie Veldenweg nr. 38 ten grave.  Deze man werd net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, op 22 februari 1940, geboren in het Hagelandse Molenbeek-Werskom waar hij samen met zijn broer Eduard en zussen Ida en Evelien opgroeide.  In Brussel, waar hij werkzaam was als verhuizer bij het ministerie van financiën, leerde hij Godelieve Kint, een weduwe met één dochter, Hilde, kennen.  En zo zette de levensrit van deze wielerliefhebber onverwacht koers naar onze Denderstad.  In de Drie Veldenweg genoot deze olijke muziekliefhebber al snel ruimere bekendheid omdat Nico (of Nicolaas…) een handige Harry was die zeker met fietsen heel goed overweg kon.  In haar afscheidswoord wist zijn buurvrouw Marleen letterlijk te vertellen: ‘Hoe vaak zagen we niet een kader aan de wasdraad hangen van een fiets die van jou een nieuw leven kreeg?’  Eerder in de viering had zijn schoonzoon Johan al gewezen op het feit dat Nico niets liever deed dan naar de koers kijken – eventueel terwijl hij ook naar muziek luisterde – en dat daarvoor ook alles moest wijken…  Toen Nico eind oktober een val deed terwijl hij de horloge in de woonkamer van zomer- naar winteruur wou overbrengen, brak hij drie ribben en achteraf bekeken is dat ook het begin van zijn lijdensweg – Johan noemde het de beklimming van Alpe d’Huez maar de man die ooit zelf nog in de koers had gereden, corrigeerde schrijvend: ‘Neen, Tourmalet…’ –geweest.  Schrijvend… want de laatste maanden kon Nico geen woord meer uitbrengen en moest hij zich van een pen of de gebarentaal bedienen.  Steevast ging zijn duim de lucht in wanneer een medewerker van de dienst ‘intensieve zorgen’ hem kwam vertellen dat zijn schoonzoon naar zijn gezondheidstoestand had geïnformeerd!  Maar liefst 59 dagen zou deze man op die afdeling verblijven tot hij in de vooravond van het hoogfeest van Jezus’ tenhemelopneming, in de vroege avond van woensdag 24 mei, overleed, helemaal opgeleefd.  Vier reanimaties en bijkomende verwikkelingen hadden blijkbaar te veel krachten van deze 77-jarige man gevergd.  We voelen mee met zijn echtgenote Godelieve die haar gevoel van eenzaamheid zo treffend verwoordde: ‘Ik loop verloren in mijn eigen huis…’  We wensen haar dan ook heel veel gelovige moed en christelijke hoop toe, omringd door haar dochter Hilde en schoonzoon Johan, kleindochter Dimi en partner Dieter.  Toen de verwanten van Nicolaas op donderdagvoormiddag aan het Onze-Lieve-Vrouwplein hun opwachting maakten om afscheid te nemen van hun nonkel Alfons – want zo werd deze mens door zijn verwanten genoemd – hadden zij er reeds een aardige rit via de Brusselse ring opzitten.  Na de uitvaartliturgie was het voor hen dan ook zoeken naar de centrale begraafplaats van onze stad waar de stoffelijke resten van hun broer, schoonbroer, nonkel en neef werden uitgestrooid.  Moge deze humoristiche mens nu voor alle komende tijden delen in Gods hemelse vreugde!  We bidden voor Nicolaas.

 

We bieden de zustergemeenschap van de kliniek, zuster Katharina en haar medezusters, de zogenaamde Zwarte Zusters van de heilige Augustinus, ons christelijke medeleven aan bij het afsterven van zuster Maria in de namiddag van vrijdag 19 mei laatstleden.  Omstreeks 16.00 uur gaf deze religieuze inderdaad de geest in aanwezigheid van één van de verzorgenden van het woon- en zorgcentrum aan de Rozendreef.  De zustergemeenschap had dit moment van afscheid nemen voelen aankomen, want op Beloken Pasen ontving zuster Maria het sacrament van de ziekenzalving waarbij ze zich afvroeg: ‘Hoe komt het dat de pastoor en verscheidene zusters hier op hetzelfde ogenblik in mijn rustoordkamer aanwezig zijn?’  Ook zuster Maria, geboren te Maldegem als Edith Claeys op 7 mei 1928, moet hebben gevoeld dat haar hemelse Bruidegom op weg was naar haar, want toen ze daags voor haar overlijden nog drie nichtjes op bezoek kreeg zei ze onomwonden tot hen: ‘Morgen ga ik naar huis…’  Zuster Maria werd dus geboren aan de andere kant van ons bisdom en maakte als het ware een diagonale overtocht toen ze in 1951 van Maldegem naar Aalst kwam studeren en zich aansloot bij de zusters.  De zustercongregatie had jaren terug een klooster in Maldegem en de voormalige algemene overste, zuster Amata, weet te vertellen dat de zustergemeenschap heel wat ‘roepingen’ uit het katholieke Maldegem telde.  Zuster Maria zou na haar professie afzakken naar de meest zuidelijke van de vier Dendersteden om in Geraardsbergen haast veertig jaar actief te zijn, hoofdzakelijk op de dienst pediatrie en in een laatste fase ook op het operatiekwartier.  Zowel zuster Josephine als de dochter van de toenmalige pediater in het ziekenhuis beklemtonen de nauwgezetheid waarmee deze religieuze haar taak als verzorgster van de jongste en meest kwetsbare patiënten uitvoerde.  Was ze karakterieel misschien niet altijd van de meest vlotte, was ze nogal afstandelijk in haar contacten, zuster Maria was door en door betrouwbaar bij de uitoefening van haar diensttaak.  De terugkeer naar het zogenaamde ‘moederhuis’ aan de Keienberg in het jaar 2010 was voor haar dan ook niet voor de hand liggend.  Enige tijd vervulde ze in het klooster de taak van kosteres – met opnieuw diezelfde zin voor precisie – tot haar mentale gezondheidstoestand het niet langer toeliet dat zuster Maria door de communauteit werd opgevangen en verzorgd.  Ongeveer twee jaar terug werd er voor haar opvang gevonden in de afdeling ‘Rozendauw’ van het woon- en zorgcentrum ‘Onze-Lieve-Vrouw ten Rozen’ aan de Rozendreef.  Wie had ooit gedacht dat deze vrouw ooit in het Meetjesland geboren in dit 20 jaar oude woon- en zorgcentrum uit dit leven zou heengaan, 70 kilometer van haar geboorteplaats vandaan?  Wij mensen hebben geen idee waarheen de Heer ons brengen kan…  Zelfs wanneer we gestorven zijn.  Want Jezus werd toch door Zijn hemelse Vader ten hemel opgenomen en waarom zou de verrezen Heer dan deze vrouw die hem bijzonder was toegewijd niet laten delen in Zijn eigen hemels geluk?  Tot dat gelovige vertrouwen werden we op zaterdag 27 mei uitgenodigd tijdens de uitvaartliturgie die plaats had in de kerk van Mijlbeek, die toch nog wat verfrissing bood terwijl het buiten broeierig en drukkend heet was.  Na de liturgische plechtigheid volgden de medezusters en de verwanten van zuster Maria met de autobus de lijkwagen naar de begraafplaats waar zuster Maria werd bijgezet in de grafkelder van de congregatie, onder andere bij zuster Raymond, zuster Dominique en zuster Assunta zaliger gedachtenis.  Moge zuster Maria, die twaalf dagen na haar 89ste verjaardag naar haar Schepper terugkeerde, voor alle komende eeuwen delen in de verrijzenisvreugde van de ten hemel opgenomen Heer.  Laten we voor haar bidden tijdens de komende Pinksterdagen. 

 

Er zijn stickers bewaard waarop ze in al  haar glorie is te bewonderen en als ‘de zwarte duvel’ reclame maakt voor café ‘Flandria’ in onze stad, maar officieel heette deze dame Virginia Neukermans, algemeen bekend onder haar klanten en tijdgenoten als ‘Jenny’.  Deze vrouw die nu aan de Langestraat nr. 35 woonde, baatte jaar en dag een café uit aan de Pierre Corneliskaai in de schaduw van de voormalige vismijn en ontstnapte met haar gitzwarte haren en mooie verschijning natuurlijk niet aan de aandacht van stadsgenoten en schippers.  ‘Haast vierentwintig uur op vierentwintig,’ weet haar zoon Staaf ons te vertellen, ‘hield ons moeder haar café open’.  Geen wonder dat ze in haar laatste levensjaren niets liever deed dan van achter haar raam naar de voorbijrijdende of stappende mensen te kijken in de hoop dat één van hen met haar een praatje zou slaan en haar van een nieuwe portie nieuws zou voorzien.  Haar thuis was haar heilig en haar dochter en zoon wisten reeds sinds jaren dat een rust- of verzorgingstehuis voor hun zelfzekere moeder absoluut geen optie was.  Haar eigen vertrouwde omgeving, hoe bescheiden ook, was de levensrijkdom van deze vrouw.  Er was trouwens niets dat Jeanine liever deed dan iets weggeven.  ‘Ons moeder was zeer gul,’ vult haar dochter Ingrid de herinneringen van haar broer aan.  ‘Enkel het levensnoodzakelijke zou ze voor zichzelf hebben gehouden.  Al het overige deelde ze graag aan kinderen en kleinkinderen, aan medemensen, uit.’  In die zin was ze een echt brave vrouw al wist ze dan weer heel goed wàt ze wou en was een ja een ‘ja’ en een neen ook een werkelijk ‘neen’.  ‘Metjen pyjama’ zoals de allerkleinsten uit haar familie haar noemden omdat ze soms een hele dag in haar nachtkledij bleef gehuld, was in alles geïnteresseerd maar wou als geen ander dat er met haar mening of gevoeligheden rekening werd gehouden.  Zo stond ze er op dat er voor haar een uitvaart werd gehouden in onze parochiekerk, de kerk van ‘Meilebeek’, en dat niemand haar stoffelijke resten vergezelde wanneer die werden overgebracht naar de begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan om er over het groene grastapijt te worden uitgestrooid.  Een laatste wil die dan ook werd geëerbiedigd en uitgevoerd.  Al beseffen haar kinderen ondertussen dat God de ultieme droom van Jenny heeft ingewilligd, toch heeft het heengaan van hun moeder de kinderen van Jenny in snelheid gepakt.  Al was deze optimistische vrouw die zich door alles en nog wat heeft heengeslagen, de voorbije twee jaren bijna niet meer uit haar woning te krijgen, toch hadden haar dochter Ingrid en schoonzoon Peter vorige week maandag 8 mei, bij het verlaten van het huis op de middag, niet verwacht dat ze enkele uren later hun moeder dood zouden hebben aangetroffen en haar op Moederdag van dit jaar niet meer zouden kunnen gaan bezoeken, bedanken of vertroetelen.  Moge Jenny, die uit een gezin kwam dat in totaal vier kinderen telde, waarvan nu nog enkel haar broer Jean in leven is, nu ervaren hoe herbergzaam God zelf is en hoezeer Jezus ‘de weg, de waarheid en het leven is’, ook voor wie is gestorven.  We drukken haar dochter Ingrid en echtgenoot Peter, haar zoon Staaf en schoondochter Andrea, haar kleinzonen Bart en Tim onze biddende verbondenheid met hun moeder en grootmoeder op hun hart en wensen hen in deze meidagen ook de kracht en de weldoende troost van ons christelijke geloof toe.  Laten we Jenny meedragen in ons gebed.

 

Pater Phil Bosmans merkte ooit in één van zijn vele boeken op - onder de titel ‘Scholen hebben veel te leren’ – dat het wel eens zou kunnen dat gewezen leerlingen zich veeleer een poetsvrouw of logistieke medewerker van een school zouden kunnen herinneren dan bepaalde ‘grijze’, nietszeggende leerkrachten die het aan bezieling en bewogenheid ontbrak en enkel hun vak en leerstof aanreikten.  Eén van dergelijke logistieke medewerkers die de leerlingen van het Koninklijke Atheneum van Aalst dertig, vijfendertig jaren misschien dagelijks ontmoetten, was Benoit Knockaert.  Ze spraken ‘Ben’ - zoals hij liever werd genoemd - vaak aan als ‘mijnheer portier’ terwijl hij dat steeds corrigeerde en opmerkte dat zijn titel ‘huisbewaarder’ was.  Ben woonde dan ook al die jaren met zijn vrouw Monica De Bruecker en zijn kinderen Bernice en Jean in de conciergewoning aan de Vaartstraat.  Een unieke plek om te wonen ook al hield hun functie bijvoorbeeld ook in dat het gezin nooit in zijn totaliteit het gebouw mocht verlaten.  Bijzonder toch?  Na hun pensionering gingen Ben en Monica onder andere aan de Polydoor De Paepe- en de Brakelstraat wonen, tot de vrouw in de loop van 2013 overleed.  Nadien ging de man die verzot was op het bouwen van modelvliegtuigen en modelboten wonen in het woon- en zorgcentrum ‘Mijlbeke’ waar hij meteen ook één van de meest bij de pinken zijnde bewoners was en onder het personeel nog zelfs voor animo kon zorgen.  En wie tijdens zijn laatste levensjaren zou hebben getwijfeld aan de wet van Ohm, aan wat in de elektronika ‘spanning’ en ‘weerstand’ heet, kon bij deze man uit Evergem zonder enige twijfel terecht.  Ja uit Evergem… want Ben leerde ooit in een krantenwinkel aan de Gentsestraat zijn latere vrouw Monica kennen toen hij in een vroeger leven nog vrachtwagenchauffeur was.  Jammer genoeg moest dit echtpaar tijdens hun leven hun zoon Jean en schoonzoon Hans zien voorgaan in de dood.  De laatste weken ging de gezondheids-toestand van de man die vanuit het woon- en zorgcentrum op zondag af en toe aan de eucharistieviering in de kerk van Mijlbeek deelnam, zienderogen achteruit.  In die mate zelfs dat zijn laatste kostuum Ben reeds enkele dagen en weken vergezelde op zijn ziekenhuiskamer terwijl hijzelf dacht dat dit de outfit was waarmee hij het ziekenhuis zou verlaten wanneer hij naar zijn rustoordkamer terugkeerde.  Hij is echter wel naar het rustoord teruggekeerd en daar naar Zijn Schepper en Heer definitief teruggekeerd op vrijdag 28 april, dus halverwege zijn 88ste levensjaar.  Op 11 november zou Ben 88 worden.  Moge de vrede van de Heer echter nu reeds zijn deel zijn, nu de strijd van het leven voor deze mens definitief is geleverd.  Zijn stoffelijke resten werden op zaterdag 6 mei, omstreeks 13 uur bijgezet bij die van zijn wederhelft, op het urneperk van de grootste begraafplaats die onze stad rijk is.  Moge alle liefde en zorg die van Ben - de huisbewaarder van beroep - zijn uitgegaan ondertussen zijn vereeuwigd in het huis van de Vader waarin volgens Jezus’ woord plaats is voor velen.  Moge Ben nu voor alle komende tijden en seizoenen delen in Jezus’ paasvrede.  Wij dragen hem niet enkel mee in onze herinnering maar eerst en vooral ook in ons gebed.

 

93 jaar was Yako Aiwas op Nieuwjaarsdag geworden en toen verbleef hij ongeveer een jaar in ons land.  Zijn naam laat trouwens al meteen vermoeden dat hij niet in Aalst of België is ge-boren.  Neen, Yako werd geboren in Syrië waar hij op zijn 91ste nog aan de oorlogsgruwel van IS ontvluchtte en zo met zijn vrouw in ons land terechtkwam.  Zij overleed iets meer dan een jaar terug in Brussel, toen het bejaarde echtpaar nog maar een viertal maanden in ‘Belgicka’ – zoals de Syriërs zeggen – was terechtgekomen.  Meteen wordt de gruwel die we op televisie of in de kranten zien heel concreet: Yako moest niet enkel op zeer hoge leeftijd nog zijn geboorteland verlaten, hij zou ook in een voor hem heel ander land een laatste rustplaats krijgen na een uitvaartliturgie die nota bene niet volgens de Syrische maar wel volgens onze Latijnse ritus verloopt.  Zijn zoon Freidon die eveneens in Aalst terecht is gekomen, leert ons dat bij hen een uitvaart steeds met open kist plaats heeft en de priester de overledene ook zalft; én dat de familie en verwanten op de 3de, 7de en 40ste dag en één jaar na het overlijden samenkomen om voor de overledene te bidden.  Yako was ooit tolk Russisch-Arabisch bij een petroleumbedrijf en overleed op Witte Donderdag in het Onze-Lieve-Vrouw-ziekenhuis.  Na de uitvaartliturigie, die vorige vrijdag plaats had, werd zijn stoffelijke overschot overgebracht naar onze centrale begraafplaats en deelde de aanwezige zoon Freidon ook typische Syrische broodjes aan de aanwezigen uit.  Sympathiek gebaar vooral omdat onze medewerkers er ook eentje kregen!  Hopelijk kunnen de kinderen van Yako die nu in Zweden en Duitsland verblijven ooit de laatste rustplaats van hun vader hier in onze stad komen opzoeken.  Laten we voor Yako bidden: dat hij na zijn lange leven met die uitzonderlijke verplaatsing in de laatste twee jaren nu voor eeuwig Gods innigste paasvrede moge proeven.

 

Gisteren, dinsdag 11 april, namen we in onze kerk biddend afscheid van een man die 87 jaar geleden op onze parochie werd geboren en opgroeide aan de Guido Gezellestraat tussen maar liefst elf broers en zussen in, zijn overleden broertje niet te nagesproken: Basile Verpeten, ondertussen reeds meer dan vijftien jaar weduwnaar van Mia Callens.  Deze man, vader van twee zonen, hield enorm van schilderen en legde de Moorselse dorpsfiguur Pee Klak zelfs meer dan tien keer op doek vast.  Daarnaast kon hij zich ook vermaken met het verzamelen van spullen die verhandelbaar waren op een prondelmaakt en veertig jaar terug restaureerde deze artistieke kerel met een expressieve kop ook ‘de Oude Snas’, de bekende taverne aan de Affligemdreef.  Een val maakte vorig jaar een einde aan Basiles verblijf op zijn appartement aan de Hospitaalstraat en bracht hem na verloop van tijd in het rustoord ‘Sint-Job’ waar hij zijn laatste levensjaar doorbacht.  ‘Mijn broer,’ weet zijn zus Monique te vertellen, ‘heeft er ondanks het feit dat hij ouder en hulpbehoevender werd toch nog een mooie zomer beleefd, ook al was hij af en toe wel eens verward.’  Vooral ook de hulp van zijn goede vrienden Pascal en Marie-Louise betekende in deze periode heel wat.  Op donderdag 16 maart, een heerlijke lentedag, zou Basile voor het laatst verjaren om er een drie tal weken later vrij plots en onverwacht uit dit leven heen te gaan.  De levensgenieter die Basile was, had enkele jaren terug officieel te kennen gegeven dat hij na zijn overlijden zou gecremeerd willen worden maar voorafgaandelijk een kerkelijke uitvaart in de kerk van zijn kindertijd, zijn parochiekerk, de kerk van Mijlbeek wenste.  Zijn zus Monique die in Oudegem woont en haar vijf jaar oudere broer meestal op zondag ging bezoeken, deed dan ook het nodige opdat zijn laatste wens in vervulling zou kunnen gaan.  Haar bieden we dan ook – samen met haar oudere zus Julia die in het rustoord ‘Ten rozen’ verblijft en de broers Louis en Georges, samen dus nog de enige overlevenden uit dit kroostrijke gezin – en Alfons, de zoon van Basile, onze christelijke deelneming in hun rouw en onze verbondenheid in gebed en paasgeloof aan.  Moge Basile ondertussen thuisgekomen zijn in het hemelse Jeruzalem, in de stad van Gods eeuwige vrede.  Na de uitvaartliturgie werden de stoffelijke resten van Basils - onder een aangename voorjaarszon die plots achter de wolken vandaan kwam – uitgestrooid op onze begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan.

 

Nog geen zeven maanden nadat we in onze kerk de uitvaartliturgie vierden voor zijn echtgenote Josiane De Schutter, moesten we vorige zaterdag op het middaguur afscheid nemen van Jozef Van der Heyden die op 18 mei aanstaande 70 jaar zou worden.  Josiane en Jozef vierden op dezelfde datum hun verjaardag en ontvielen dus hun enige zoon Bart binnen het tijdsbestek van iets meer dan een half jaar.  Eind januari werd Jozef, ooit beroepsmatig aan de krant ‘het Nieuwsblad’ te Groot-Bijgaarden verbonden, opgenomen in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis en toen zijn gehele gezondheidstoestand dermate was verzwakt, werd hij op 6 maart overgebracht naar de palliatieve afdeling te Asse.  Daar verwisselde hij twaalf dagen later dit tijdelijke voor het eeuwige, daags voor zijn feestdag.  Ook al had zijn enige zoon gedacht dat er bij de uitvaart voor zijn vader merkelijk minder volk zou komen opdagen dan voor die van zijn moeder, toch waren haast alle stoelen bezet toen we tegen het middaguur aan de uitvaartliturgie begonnen en konden we niet iedereen de gelegenheid bieden om vooraf het stoffelijke overschot van Jozef te groeten.  We hopen en bidden dat die onverhoopte opkomst voor Bart een echte opsteker mag zijn in deze voor hem toch bijzonder moeilijke tijden.  ‘Het leven is voor mij de laatste maanden een echte rollercoaster’, verklaart hij, ‘een rollercoaster die voortdurend de meest vreemde en onverwachte wendingen maakt.’  Bart werd trouwens enkele weken terug eveneens opgenomen in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis en lijdt sinds enige tijd aan multiple sclerose.  ‘Deze winter gaan de kaartjes met woorden van medeleven die we bij de uitvaart van ons moeder ontvingen,’ zei Jozef enkele maanden terug nog tegen Bart, ‘eens rustig lezen en bekijken.’  Zo ver is het dus helemaal niet gekomen.  Integendeel, nu Jozef in alle stilte uit dit leven is heengegaan, ligt Bart een nieuwe stapel kaartjes met herinneringen aan zijn vader en woorden van troost en medeleven te wachten.  Precies daarom wensen we Bart heel veel moed en vertrouwen toe te midden van de vele, nog onbeantwoorde vragen die de voorbije maanden op hem afkwamen.  We hopen en bidden dat hij met de steun en de praktische hulp van zijn vertrouwelingen emotioneel overeind mag blijven en er zich dag na dag doorheen slaat.  Gelukkig kan Bart ook rekenen op de steun van zijn vriendin Sophie en de bekenden van MS-liga Aalst waarvan zijn moeder zaliger gedachtenis mee de bezielende motor was.  Ieder jaar opnieuw stak zij trouwens al haar krachten in de organisatie van de jaarlijkse kaas- en wijnavond in de zaal onder de Sint-Paulus en Onze-Lieve-Vrouw ter Rozenkerk, een initiatief dat trouwens ook aanstaande zaterdag 1 april opnieuw doorgaat, vanaf 17.30 uur.  Moge Jezus’ Pasen voor Jozef de kracht van de dood doorbreken en deze mens laten delen in de stralende heerlijkheid van Zijn Schepper en Heer, samen met Josiane die we op 10 september vorig jaar uitgeleide deden.  Maandagvoormiddag werden de stoffelijke resten van Jozef bijgezet op het urnenperk van onze centrale begraafplaats waar ze samen met die van Josiane hetzelfde graf delen.  Moge Bart in de tijd die nu voor hem is aangebroken in alle stilte, elke dag kracht, troost en hoop putten uit ons verrijzenisgeloof, ondanks de pijn en het leed dat hem de voorbije maanden overkwam.  Laten we voor Jozef en zijn vrouw Josiane, maar ook voor hun zoon Bart bidden.

 

Zeven weken was het ondertussen geleden dat er binnen de muren van de kerk van Mijlbeek nog een uitvaartliturgie had plaats gevonden.  De laatste persoon die we biddend uitgeleide deden, was Roger Van Leuven, iemand die op en top van Mijlbeek was.  En Yvonne Robyns moet voor hem niet onderdoen.  Op 7 december 1931 kwam zij in de Sint-Vincentiusstraat ter wereld en zou er tot drie, vier maanden voor haar heengaan op 14 maart ook honkvast blijven wonen.  Sinds haar prille kleutertijd woonde Yvonne immers in het huis met het nummer 18 aan deze verbindingsstraat tussen de Moorselbaan en de Groenstraat.  Ook na haar huwelijk met Etienne Bauwens en na de geboorte van hun dochter Hilde en zoon Erwin bleef Yvonne hier wonen.  Bood de achterbouw van het ruime huis in haar kindertijd plek voor de activiteiten van haar vader-schrijnwerker, dan kwam die later ook heel goed van pas voor haar echtgenoot die schilderde en keramiek vervaardigde.  En zelf zat Yvonne ook zelden of nooit stil.  Toen ze op haar vijftigste werkloos werd, was dat voor haar een flinke dreun maar al snel hernam ze zich en leerde ze kleren maken en met de computer werken.  Al was ze iemand die heel goed wist wat ze in het leven wou, Yvonne stond steeds klaar om anderen te helpen.  Toen haar schoonzus op jonge leeftijd stierf en vier kinderen achterliet, aarzelde ze geen ogenblik om zich over hun toekomst te ontfermen.  En op Nieuwjaarsdag was het bij haar en Etienne steevast ‘stuif-in’.  Niemand van de familie die ook maar aan die uitnodiging ontkwam.  Twee en een half jaar terug kreeg ze echter te horen dat ze aan pancreaskanker leed en waar de dokters nog een levensverwachting van zes maanden hadden vooropgesteld, deed zij er nog twee en een half jaar bij.  Op Nieuwjaar 2016 was de hulp van haar dochter en schoondochter echter al noodzakelijk om de jaarlijkse nieuwjaarsreunie mogelijk te maken.  Dit jaar kon Yvonne er amper zelf bij zijn.  Eind November werd ze dan ook opgenomen in woon- en zorgcentrum ‘Lakendal’ aan de Weggevoerdenstraat.  Op Kerstdag kon ze nog enkele uren thuis zijn, samen met haar wederhelft, twee kinderen en twee schoonkinderen, maar op de openingsdag van dit jaar moest ze al heel snel naar de instelling terugkeren.  De vrouw die in het leven zo graag in handen had en zelf ook richtlijnen uitvaardigde voor haar uitvaart moest ondervinden dat het leven niet altijd volledig te regelen en schikken valt en dat veel nog ontsnapt aan onze menselijke invloed, wensen en dromen.  Of om het met een link naar de schilderij die haar echtgenoot ooit vervaardigde en waarop Yvonne te zien is wanneer ze op het perron van het station van Aalst – netjes gekleed - op de trein staat te wachten maakte en die tijdens de uitvaart ook vooraan in onze kerk stond opgesteld te zeggen: soms kiest de trein van ons leven een spoor dat we nooit voor mogelijk hadden gehouden, een onvoorziene wissel.  Nu haar echtgenoot en nageslacht achterblijven met herinneringen aan een oma die een ijzeren wil had en als geen andere balletjes en chocomousse kon vervaardigen, graag scrabble in de Franse taal speelde en haar uiterste best deed om de familie samen te houden, wensen we hen ook de hoop toe eigen aan ons christelijke geloof dat Yvonne nu geroepen is om deel uit te maken van Gods eeuwige lente en te genieten van Jezus’ paasvrede.  Laten we Yvonne, wier stoffelijke resten na de viering werden bijgezet op het urneperk van onze stedelijke begraafplaats aan de Leo de Béthunelaan, gedenken in ons gebed op weg naar Pasen.  De uitvaartliturgie had vorige zaterdag, 18 maart, om 10.00 uur plaats.

 

Geen kerkstoel meer vrij in onze parochiekerk vorige zaterdag om 11.45 uur toen zaterdag Roger Van Leuven uit de Hof ten Bergestraat nr. 55 gelovig uitgeleide werd gedaan.  Bij de aanvang van de uitvaartliturgie voor de man die tachtig jaar geleden in Impe werd geboren schetse zijn zoon Jan hoe ze hun vader hadden ervaren en wat in hun herinnering aan hem altijd de bovenhand zal halen.  Roger werd weliswaar in Impe geboren maar dat was gewoon omdat zijn ouders eventjes Mijlbeek hadden verlaten tijdens verbouwingswerken aan hun huis.  Voor het overige groeide hij op aan de Hof ten Bergestraat waar op de toen nog autoarme straten al snel zijn voetbaltalent naar boven kwam drijven.  Roger wou dolgraag voetballer worden en sloot zich stiekem aan bij Eendracht Aalst.  Een gegeven waaruit al meteen blijkt hoe gedreven en doelgericht deze mens was.  ‘Alles was competitie,’ noemde zijn zoon Jan dat ‘competitie met anderen, maar op de eerste plaats ook met zichzelf.’  Om zich verder te bekwamen liet Roger zijn grootste voetbalambities varen en volgde hij zeven jaar avondschool.  Een volgehouden inspanning die hem geen windeieren legde want op die wijze kon hij aan de slag als leraar aan het Sint-Gabriëlinstituut te Liedekerke en bovendien bood het onderwijs nog voldoende speelruimte om opnieuw met voetballen bezig te zijn, als speler maar ook als trainer.  Roger was trouwens een echte sportman.  ‘Wanneer we op zondagmorgen fietsten,’ vertelde zijn schoonzoon Nicolas op het einde van de viering ‘werd mijn fiets eerst grondig gecontroleerd en vader Roger moest helemaal niet onderdoen voor de jonge mannen…’  Ja, op zijn zeventigste beklom Roger nog de Mont Ventou en Alpe d’Huez.  ‘Ik word honderd,’ dierf hij zich bijgevolg wel eens laten ontvallen.  Gelukkig dat hij in familie- en vriendenkring zijn zeventigste verjaardag uitgebreid heeft gevierd want enkele jaren later dook een berg op die Roger niet kon bedwingen: de ziekte van Alzheimer.  Een Parijs-Roubaix van loslaten en machteloos kwam stilaan onder zijn voeten te liggen.  Gelukkig had hij in zijn vrouw Godelieve - kortweg ‘Lieve’ – een ‘compagnon de route’ uit de duizend en waren zijn kinderen Kathleen, Hilde en Jan als het ware de beste knechten voor deze kopman die ooit hun huis zelf ontwierp en waarlijk gouden handen had.  Tot Roger, ooit lid van de kerkraad en van het parochiaal koor van Mijlbeek, op donderdag 19 januari een einde zag komen aan zijn lijdensweg en overleed.  Na alle intense contacten van de voorbije jaren en de goede zorgen vanwege zijn vrouw en kinderen die maakten dat Roger zijn levensdagen kon voleindigen in het huis dat hij met liefde en kennis zelfhad ontworpen, zal zijn heengaan uiteraard een onnoembare leegte achterlaten.  Bij die nieuwe onmacht en het blijvende gemis bieden we Lieve, haar kinderen en hun wederhelften, haar kleinkinderen onze troostende verbondenheid en ons gebed voor Roger aan.  Dat de man die ooit lid was van ‘Cosi’, een groep mensen ontstaan in de schoot van “’t Apostelken” en begaan met cultuur en ontspanning op Mijlbeek, op wie buren en onze parochiegemeenschap nooit tevergeefs beroep deden (ooit werkte hij eens een hele nacht door opdat een electriciteitspanne in onze kerk tijdig zou zijn hersteld), nu voor alle komende tijden moge delen in de paasvreugde van Zijn Heer.  De witte vlinder uit het liedje ‘er was een tijd…’ van Miels Cools indachtig durven we hopen dat Roger na het lijden van deze tijd mag delen in het zonlicht van Gods heerlijkheid.
Laten we voor hem en zijn nabestaanden bidden.

 

Op de openingsdag van dit jaar wist Mia Van Nuffel zich in haar ziekenhuiskamer nog omringd door haar zes kinderen en amper vier dagen later ging ze op Driekoningenavond uit dit leven heen.  Wie van Sint-Jan is hoeven we Mia niet voor te stellen: zij nam er samen met haar echtgenoot Eugeen Bosteels zaliger gedachtenis actief deel aan het parochiale leven en zette zich ook heel liefdevol in voor de zieke medemens via Ziekenzorg en de allerkleinsten via ‘Kinderwelzijn’.  Wat misschien heel wat mensen niet wisten was dat Mia werd geboren in een totaal ander stukje Vlaanderen, meer bepaald in Hemiksem, en dat op 27 september 1933.  Haar mama stierf toen Mia amper zes weken oud was en haar vader, huisarts, was toen zelf al vijftig.  Blijkbaar – al heeft ze daar heel waarschijnlijk niet vaak over gepraat – heeft Mia haar mama intens gemist tijdens haar kinderjaren, hoe goed de gouvernante Celientje ook voor haar en haar vader heeft gezorgd.  Vanuit haar persoonlijke geschiedenis als baby en kind was Mia ook bang om slechts één keer moeder te worden.  Ten onrechte bleek later… ze gaf het leven door aan maar liefst zes kinderen: Karel, Kristien, Paul, Anne, Wim en Bart en voorzag op haar laatste Nieuwjaarsdag voor maar liefst veertien kleinkinderen een financiële attentie.  Die envelopjes deelde ze nog uit vanop haar ziekbed, wetend dat ze weldra naar haar overleden geliefden zou terugkeren en innig hopend om haar mama terug te zien.  Mia ontving op vrijdag 30 december heel sereen en bewust de ziekenzalving in haar ziekenhuiskamer omringd door haar vier zonen en twee dochters.  Een schitterende brief met woorden van dank en waardering ontlokten bij haar de opmerking: ‘Een mens moet realist zijn: ik heb een mooi leven gehad, weet waar ik voor sta en ben mijn kinderen heel erg dankbaar.’  De familievrouw die Mia was, trok op haar 75ste nog de Zwitserse bergen in, gaf gul aan anderen en vond geen woorden genoeg om haar eigen dankbaarheid uit te drukken wanneer ze zelf een attentie ontving.  Op de tonen van ‘Gabriels oboe’ uit de film ‘the mission’ brachten we haar lichaam tot voor het altaar van onze Mijlbeekkerk om God te danken voor het wijze voorbeeld van deze vrouw die aan de Overhammekouter nr. 17 woonde en die sinds ze wist dat ze ongeneeslijk ziek was heel nuchter haar toekomst tegemoet keek.  Moge Mia, samen met haar man, haar ouders, haar vele schoonbroers en schoonzussen nu delen in de oneindige vrede en wijsheid van de Heer.  Na de uitvaartliturgie, die vorige zaterdag op het middaguur van start ging, werd het stoffelijke overschot van Mia bijgezet in de familiegrafkelder op de grootste begraafplaats van onze stad.  Laten we Mia dankbaar gedenken. We wensen haar nageslacht veel sterkte en fierheid in hun rouw.

 

‘Een schone Nieuwjaar…’ wist Betsy Goossens nog tegen haar dochter Huguette te zeggen nadat ze op de eerste dag van 2017 in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis was beland omdat de gevolgen van haar val op tweede kerstdag intensievere verzorging en opvolging noodzakelijk maakten dan het woon- en zorgcentrum waar ze sinds een tweetal maanden verbleef haar kon geven.  Voorheen woonde Betsy samen met haar man Frans Van Ransbeeck aan de Brakelstraat.  Gelukkig kon ze zich verheugen in de zorg van haar zoon Hedwig en dochter Huguette en kon ze mee instaan voor de opvoeding en zorg van haar twee kleinzonen Mathias en Thomas toen ze twintig jaar terug weduwe werd.  Al zou ze zelf haast nooit initiatief hebben genomen om naar mensen toe te gaan en moest Betsy iemand al goed kennen eer ze zich op haar gemak voelde, toch stond deze vrouw altijd klaar om mensen te helpen.  Vaak met haar voorschot aan want op weekdagen deed zij niets liever dan poetsen.  Maar wanneer ze door haar kinderen werd uitgenodigd om uit te gaan eten op restaurant kreeg je een fiere, tot in de puntjes uitgedoste vrouw te zien.  Nu deze 86-jarige vrouw in de nacht van woensdag 4 januari overleed laat ze dan ook een grote leegte na in het hart van haar kinderen en kleinkinderen die dicht bij haar woonden en die haar met alle menselijke warmte en genegenheid hebben omringd.  En vreemd maar waar: van elk van hen nam ze in het ziekenhuis op haar manier afscheid tijdens de laatste dagen en uren van haar leven.  We bieden Hedwig en Patrice, Huguette en Andrew, Matthias en Thomas dan ook ons diep medeleven aan bij wat voor hen een droeve start van 2017 betekent en bidden dat Betsy, die zo lang haar mobiliteit en gezondheid dat toelieten, op zaterdagavond naar de kerk van Mijlbeek kwam, nu voor altijd moge delen in de vrede en de geborgenheid van de verrezen Heer die haar uit de dood kan wegroepen om haar voor eeuwig te laten delen in de glans van Gods heerlijkheid.  De uitvaartplechtigheid had gisteren - dinsdag 10 januari om 10 uur - in onze parochiekerk plaats.  Na de crematie werden later op de dag de stoffelijke resten van Betsy uitgestrooid op de begraafplaats van Moorsel.  Laten we haar biddend gedenken.

 

Ook al begon de uitvaartliturgie pas laat op de voormiddag, de mist was helemaal nog niet opgetrokken toen even voor 11.30 uur de klokken ons uitnodigden om ons door God te laten troosten en inspireren bij het afscheid van Raoul Heyvaerts uit de Bergekouter nr. 75.  Deze echtgenoot van Paula Ghijsens en vader van Hilde en Karen overleed in de nacht van vorige donderdag 22 december, één van de zogenaamd kortste dagen van het jaar, na enige tijd van aanhoudende verzwakking.  Bij de aanvang van de uitvaartplechtigheid riep zijn jongste dochter de herinnering op aan een zorgzame vader die zich niet opdrong maar altijd liefdevol aanwezig was.  Ze noemde hem een man met zin voor humor, maar ook plichtsbewust en op beleefdheid gesteld, een intelligente mens die steeds naar de kern van het leven zocht en van geen franjes hield.  De kleinkinderen wisten op het einde van de viering onder andere te vertellen dat opa Raoul niets liever deed dan de logerende kleinkinderen wekken met het liedje ‘Sta op gij luie slaper, de koekoek roept u op …’  ‘Raoul die op 24 januari 1933 in Sint-Gillis bij Dendermonde was geboren, had nog wel de fierheid van een Dendermondenaar bewaard’, beweert zijn achterblijvende echtgenote, ‘maar was voor het overige toch heel erg goed geïntegreerd in onze keizerlijke stede.’  Voor haar zal de leegte en het gemis natuurlijk groot zijn, nu Paula alleen achterblijft in haar bel-etagewoning na al die tijd dat ze met Raoul gehuwd is geweest.  We bieden haar dan ook de kracht en de troost aan van ons gelovig vertrouwen aan, samen met onze hoop dat de ster van Bethlehem ook Raoul zal laten delen in Gods eeuwige licht.  Onze gebeden gaan ook uit naar zijn twee kinderen, zijn schoonzoon en beste vriend Peter, en de trots van Raoul, zijn kleinkinderen en achterkleinzoontje Maarten dat zeven maand geleden werd geboren.  En zo mag, moet, het gezin Heyvaerts op het voorbije jaar terugblikken met de vreugde van een geboorte en het verdriet van een afscheid want kleindochter Saartje wist nu al te vertellen dat Nieuwjaar vieren nooit meer zal zijn als voorheen.  Of durven we geloven dat het stille heengaan van Raoul ook een geboorte was, de geboorte tot Gods eeuwige leven?  Terwijl er nog steeds een geheimnisvolle mist rondom de graven op de begraafplaats van Moorsel ging, hebben we gebeden dat God Raoul moge opwekken uit de dood en bekleden met de vreugde van Zijn eeuwige leven.

Ook al begon de uitvaartliturgie pas laat op de voormiddag, de mist was helemaal nog niet opgetrokken toen even voor 11.30 uur de klokken ons uitnodigden om ons door God te laten troosten en inspireren bij het afscheid van Raoul Heyvaerts uit de Bergekouter nr. 75.  Deze echtgenoot van Paula Ghijsens en vader van Hilde en Karen overleed in de nacht van vorige donderdag 22 december, één van de zogenaamd kortste dagen van het jaar, na enige tijd van aanhoudende verzwakking.  Bij de aanvang van de uitvaartplechtigheid riep zijn jongste dochter de herinnering op aan een zorgzame vader die zich niet opdrong maar altijd liefdevol aanwezig was.  Ze noemde hem een man met zin voor humor, maar ook plichtsbewust en op beleefdheid gesteld, een intelligente mens die steeds naar de kern van het leven zocht en van geen franjes hield.  De kleinkinderen wisten op het einde van de viering onder andere te vertellen dat opa Raoul niets liever deed dan de logerende kleinkinderen wekken met het liedje ‘Sta op gij luie slaper, de koekoek roept u op …’  ‘Raoul die op 24 januari 1933 in Sint-Gillis bij Dendermonde was geboren, had nog wel de fierheid van een Dendermondenaar bewaard’, beweert zijn achterblijvende echtgenote, ‘maar was voor het overige toch heel erg goed geïntegreerd in onze keizerlijke stede.’  Voor haar zal de leegte en het gemis natuurlijk groot zijn, nu Paula alleen achterblijft in haar bel-etagewoning na al die tijd dat ze met Raoul gehuwd is geweest.  We bieden haar dan ook de kracht en de troost aan van ons gelovig vertrouwen aan, samen met onze hoop dat de ster van Bethlehem ook Raoul zal laten delen in Gods eeuwige licht.  Onze gebeden gaan ook uit naar zijn twee kinderen, zijn schoonzoon en beste vriend Peter, en de trots van Raoul, zijn kleinkinderen en achterkleinzoontje Maarten dat zeven maand geleden werd geboren.  En zo mag, moet, het gezin Heyvaerts op het voorbije jaar terugblikken met de vreugde van een geboorte en het verdriet van een afscheid want kleindochter Saartje wist nu al te vertellen dat Nieuwjaar vieren nooit meer zal zijn als voorheen.  Of durven we geloven dat het stille heengaan van Raoul ook een geboorte was, de geboorte tot Gods eeuwige leven?  Terwijl er nog steeds een geheimnisvolle mist rondom de graven op de begraafplaats van Moorsel ging, hebben we gebeden dat God Raoul moge opwekken uit de dood en bekleden met de vreugde van Zijn eeuwige leven.

 

Er zijn geen woorden voor het verdriet en de menselijke onmacht die ons hart besluipen bij het overlijden van een kind, zeker in volle adventstijd waarin de liturgie zo gespannen staat op de geboorte van het Kind van Bethlehem.  Op woensdag 16 november kwamen in het Universitair Ziekenhuis van Jette Liza en Lucas Pauwels, de tweelingkindjes van Ben en Céline De Neef uit Gijzegem ter wereld. Echter drie maanden te vroeg …  Al vrij snel werd duidelijk dat het meisje het zeer moeilijk zou hebben en heel wat hersenschade had opgelopen.  Liza Pauwels stierf op zaterdag 10 december nadat ze een nooddoop had ontvangen.  We wensen de jonge ouders heel veel sterkte toe nu de kerstdagen en de komende jaarwisseling voor hen worden overschaduwd door het heengaan van hun dochtertje en dragen haar tweelingsbroertje Lucas - die uiteraard nog steeds in het ziekenhuis verblijft - mee in ons gebed.  Na de uitvaartliturgie, die in alle intimiteit op donderdagvoormiddag 15 december plaats had, kreeg Liza, opgebaard in een groen-witte kistje (de kleuren van haar kinderkamer) een laatste ruchtplaats toebedeeld op de centrale begraafplaats van onze stad tussen haar leeftijdsgenootjes.  Moge het Kind van Bethlehem de rouwende ouders en grootouders Zijn kracht en troost geven en moge Liza zelf ondertussen deel uitmaken van Gods hemelse engelenschare.  Daarvoor bidden wij.

 

Eén maand en twee dagen na zijn 82ste verjaardag overleed Willy Beeckman uit de Langestraat nr. 43.  Niet dat hij van die laatste verjaardag nog ten volle zal hebben genoten want toen was het voor hem reeds duidelijk dat zijn aardse leven stilaan maar zeker teneinde liep.  Willy werd op de achtste novemberdag van het jaar 1934 te Erpe geboren en huwde met Yvonne Huylebroeck die hem te midden van haar tranen en gemis als ‘een man uit de duizend’ omschrijft.  Meer dan dertig jaar lang was deze kinderloos gebleven man werkzaam bij Amylum en toen hij op zijn 55ste met pensioen ging, kon hij al zijn tijd en zorgen besteden aan zijn vrouw, zijn tuin en de hengelsport.  Niets liever dat Willy deed dan in de zomer met zijn vrouw vakantie nemen aan de Moezel of in Zwisterland, liefst in ‘visrijke’ gebieden.  De man die door zijn buren graag werd gezien, mede omdat niemand onder hen ooit tevergeefs op hem beroep deed, tegelijk ook vol aandacht en tederheid voor zijn wederhelft was, werd dus tijdens de drie laatste maanden van zijn leven zelf hulpbehoevend en afhankelijk van de zorgen van zijn broer en zus, schoonzus en schoonbroer en de neefjes en nichtjes.  Gelukkig bleven zij Willy nabij in zijn laatste levensweken.  Bij de aanvang van deze decembermaand werd Willy opgenomen in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis waar hij op 10 december het tijdelijke voor het eeuwige wisselde.  We wensen zijn vrouw Yvonne heel veel sterkte en verrijzenisgeloof toe in deze voor haar toch confronterende kerstdagen en hopen dat de zorgen van haar verwanten haar mee in staat stellen om de nacht van de eenzaamheid en het gemis te doorstaan.  Moge Gods liefde, mensgeworden in het Kind van Bethlehem, haar ook de durf en de troost geven om te geloven dat God geen enkel gelovig en liefhebbend mensenkind eenzaam achterlaat in de nacht van de dood.  De uitvaartliturgie had vorige zaterdag om 11.45 uur plaats.  Nadien werd het lichaam van Willy bijgezet in de familiegrafkelder op onze centrale begraafplaats.

 

In de ochtend van maandag 12 december bereikte ons het nieuws dat Bert Pauwels levenloos werd aangetroffen in het appartement dat hij bewoonde in de schaduw van onze heilig Hartkerk.  De jongste uit het toneelgezin Pauwels aan de Drieveldenweg was op 24 juni amper 51 jaar oud geworden.  Bert - die officieel ‘Albert’ heette - was niet enkel de jongste maar ook de meest bijzondere of originele telg uit het gezin.  Altijd bereid voor een grap, soms wat rebels maar uiteindelijk toch een kerel met een gouden hart.  Bert besteedde zijn beste krachten aan de organisatie van de rommelmarkt in de schaduw van onze parochiekerk, aan de activiteiten van het Beukenhof in de Langestraat, en was als disc-jockey ook in Moorsel bekend en geliefd. Hoe kon het anders …  Bert werd spelend lid van de koninklijke Toneelgilde ‘Hoger Op’ maar hield zich de voorbije twintig jaar vooral met de public relations van onze toneelvereniging bezig.  In de liefde zat het Bert echter niet altijd mee, in die zin dat hij misschien ook op dat vlak de wilskracht en het doorzettingsvermogen niet had, dat hij ook op professioneel vlak wel eens miste.  Niettemin was hij de geliefde nonkel bij wie de opgroeiende neefjes en nichtjes steeds terecht konden.  Zijn nichtje Sarah, ondertussen zelf één maand moeder, las bij de aanvang van de uitvaartliturgie trouwens een heel typerende afscheidsbrief voor.  Ongeveer een vierhonderdtal mensen wilden vorige zaterdag, kort na de middag, van Bert of ‘Beireken’ afscheid nemen.  Dat zal een hart onder de riem zijn van zijn zus Lies, zijn twee broers Karel en Jan, en de andere verwanten van de familie Pauwels die nu - na tante An en nonkel Frans - nu ook Bert zien verdwijnen in de duisternis van de dood.  Moge de Heer echter naar Bert toekomen zoals Hij naar ons zal toekomen in de komende Kerstnacht en Zijn lichtende ster van eeuwig leven laten opgaan over het gevulde bestaan van deze mens.  Moge Bert delen in de vrede van het Kind van Bethlehem, samen met zijn ouders Louis en Stephanie - die hij als inwonende zoon in hun laatste levensjaren trouw heeft omringd en verzorgd - zijn zus en broer en alle andere verwanten en vrienden uit de Aalsterse toneelwereld.  Met het heengaan van de jarenlange ontwerper van de toneelaffiche van ‘Hoger op’werd ons opnieuw duidelijk dat we de affiche van het leven vooraf helemaal geen enkel ontwerp meekrijgen.  Na de uitvaartliturgie werden de stoffelijke resten van Bert – en dat waren er ondanks zijn kleinere gestalte opvallend veel – uitgestrooid op de eerste strooiweide van onze centrale begraafplaats.